14 okt. 2013

Triperie


Ook als ze soms worden misbruikt op melige ansichtkaarten houd ik van bijzondere straatnamen. Op die ansichtkaarten zijn het dan veelal namen met een seksuele connotatie, of eigenlijk met aanduidingen die ook voor bepaalde onderdelen van het menselijk lichaam in zwang zijn. Hier in Maastricht heb je zo de Zak- en de Eikelstraat. Volgens de routeplanner van de ANWB is de wandelroute tussen die twee straten 1200 meter lang. Je zou die route een naam kunnen geven: de Schachtroute of het Ejaculatiepad. De Eikelstraat komt trouwens zo’n beetje uit op de Maas. Dat moeten de freudianen onder ons maar eens verder uitzoeken.

Maar goed, binnenkort gaan D. en ik naar Mons. In een vorig blog heb ik dat bezoek al aangekondigd. We gaan daar natuurlijk in eerste instantie naar toe om een paar aangename dagen door te brengen. Dat is in Belgische steden over het algemeen goed te doen. We hebben er een (waarschijnlijk) leuk hotel geboekt dat in een oude kapel of zoiets is gevestigd en dat aan de Rue de la Grande Triperie ligt, hetgeen je zou kunnen vertalen als de Straat van het Orgaanvlees, maar waarmee ze dan uiteraard de bijbehorende slagerij bedoelen. Het zou me niet verbazen als ook in die straat ooit resten zijn gedeponeerd van de slachtoffers van de ‘Dépeceur de Mons’, waarover ik in dat vorige blog schreef. 

Daarmee kom ik dan bij de tweede reden voor ons bezoek aan net die stad. Delen van lijken zijn onder andere gevonden aan de Chemin de L’inquiétude, aan de Rue du Dépôt, de Rue de la Trouille en in het riviertje de Haine. Waarbij even aangetekend moet worden dat de Rue de la Trouille vernoemd is naar een beekje met die naam dat uitmondt in het riviertje. Ik bedoel maar, waar zie je het zo duidelijk voor je? De Angst die uitmondt in de Haat. Die plekken wil ik natuurlijk wel even opzoeken.

Rue de la Taille des mères, Mons (Streetview)
Maar denk nu niet dat ik alleen kan genieten van dergelijke nogal morbide namen. Ik kan ook opleven bij namen als Rue du Chant des Oiseaux en Rue de la Taille des Mères. Vooral die laatste natuurlijk, al stelt ze als straat niet veel voor, zoals ik via Streetview al heb kunnen vaststellen.

Ik hoop op meer dan alleen de naam bij de Rue des Cinq Visages. Ik vermoed dat in die straat de oplossing te vinden is van het Monse mysterie. Misschien woont of woonde de moordenaar wel in die straat. Ach nee, dat zou te gemakkelijk zijn. Maar hij heeft er wel zijn epifanie gehad, de openbaring, die hem tot zijn daden zette. 

Triperie
Daarover, over die openbaring ga ik zitten nadenken terwijl ik naar Mons rijd. Daarover zal ik piekeren terwijl ik geniet van D. en de stad. En ‘s avonds in bed, in de gewezen kapel bedenken D. en ik het motief voor een vijfvoudige moord. En we nemen ons voor om voor ons vertrek op zoek te gaan naar een slager in de Rue de la Grande Triperie, of in de Rue de la Petite Triperie, die erop uitkomt. Daar kopen we dan kippenlevertjes.

Die levertjes gooi ik die avond in een pan waarin fijngesneden pijpuitjes, rawits en knoflook al liggen te sissen en laat ze op hoog vuur dichtschroeien. Een paar minuutjes maar, anders worden ze te droog. Een royale schep mosterd en een flinke scheut witte wijn maken het verhaal af.