20 mrt. 2013

Werk



Schoolkranten, al dan niet virtuele taaldorpen, methode schrijven, inschrijfavonden, ouderavonden en o ja, les geven, liefst op een leuke manier. Ook niet onbelangrijk: pauzes om met sympathieke (want ook rokende) collega’s in regen of schrale zon de gezondheid te schaden.
Vanmorgen, op weg naar mijn werk, hoorde ik een reclame voor een bedrijf dat de oplossing had voor het onbevredigde gevoel dat je hebt als er na een dag werk nog van alles op je to-do-lijst staat. Wat die oplossing inhoudt, weet ik niet meer, waarschijnlijk vertelden ze die ook niet, ze wilden die oplossing namelijk verkopen. Met een tevreden zucht besloot de inspreker van de reclame zijn mededeling met een opmerking als: met … kun je kilometers maken!

Maar ik maak al lang kilometers, sputterde ik tegen: ik zit in de auto. En nog steeds is er die to-do-list. Althans, ze zou er zijn als ik een georganiseerd mens zou zijn. Dat ben ik niet. Ik heb geen to-do-list en ik wil er ook geen. Vanmorgen maakte ik een afspraak met een collega wiens lijst veel en veel langer zou zijn dan de mijne (als ik een lijst had gehad). Hij tikte de tijd in op Google-agenda en ik hoorde mijn telefoon meteen aangeven dat ik een nieuw bericht had gekregen. Ik opende mijn mailbox en klikte op Ja om de uitnodiging te accepteren. De afspraak was geregeld. 

Pas toen realiseerde ik me dat ik mijn laatste vrije moment van die werkdag had weggeklikt. Er resten die dag drie rookmomenten. Dat wil zeggen, als ik op tijd aankom en de mogelijkheid heb om vlak voor mijn eerste les nog gauw even een sigaret te kunnen roken. Werken is gezond, hield ik mezelf nog voor.
En dat is ook wel zo, geloof ik. Maar morgen is eigenlijk mijn vrije dag, maar ik moet toch naar die belangrijke vergadering, dus echt rustig zit ik dit verhaal niet in te tikken.  De fles wijn die naast mijn laptop staat, is bijna leeg. Eigenlijk drink ik niet op een avond voor een werkdag. Maar ja, eigenlijk is morgen ook geen werkdag. En ik hoef pas laat op school te zijn. En de wijn smaakt goed. Dat uur vergaderen lukt. Dat spreek ik nu met mezelf af. Daarbij: iets nieuws wordt er toch niet besproken.
Mijn telefoon geeft een seintje.  Ik open mijn mailbox. Overleg met mij, staat er. Onderwerp: vergaderen lukt.  En dan de vraag: Ga je? 

Tja.

Ik kan het ook heel laat maken vannacht. Ik kan eventueel nog een tweede fles wijn aanspreken: ‘Hallo, tweede fles wijn, wat gaan we doen?’ ‘Ik niet zo veel,’ zegt de tweede fles wijn: ‘jij bepaalt wat er gebeurt, maar bedenk wel dat je, als je van mijn diensten gebruik maakt morgen niet echt vroeg zult opstaan. En zeker ook niet fit, hoe laat je ook opstaat.’  De fles heeft gelijk.
Maar er is ook nog iets anders. Ik zou namelijk ook naast mijn lief kunnen blijven liggen, slapen en wakker worden en met haar vrijen. Dat vind ik een aantrekkelijker idee dan opstaan om te gaan vergaderen. Ik neem aan dat niemand me kwalijk neemt, dat mijn voorkeur die kant opgaat.
Omdat ik te zeer een lafaard ben om gewoon te doen wat ik zou willen en moeten doen, maar omdat ik ook voor mezelf (en mijn lief) wil opkomen, schrijf ik een mail aan mijn leidinggevende. 

Beste ……..
Morgen is er, zoals je weet, een vergadering. Een leerlingbespreking. We hebben afgesproken dat dat een belangrijke vergadering is, en daar ben ik het eigenlijk heel erg mee eens. Maar nu is er ook nog iets anders: mijn vriendin en ik hebben eigenlijk een afspraak dat we op de dagen dat ik bij haar slaap samen wakker worden en dan seks hebben. Nou ja, afspraak is niet het goede woord, maar we missen het als het er niet van komt. Het gaat dan ongeveer als volgt in zijn werk. Ik ben meestal iets eerder wakker en loop naar beneden om koffie te zetten. Met die koffie ga ik dan weer naar boven. Ik kus haar wakker en zeg dat ik koffie voor haar heb. Dan opent ze haar ogen en kijkt me aan. Dat is een van de gelukkigste momenten van mijn dag. Ik laat haar langzaam wakker worden. Ik kloot wat op mijn telefoon. Ze ligt op die momenten meestal op haar rug. Ze slobbert koffie. Ik ook. Ze draait op haar zij. En dan voel ik opeens haar hand – warm van de koffiekop - op mijn buik. (Ze is – ten onrechte - altijd bang dat ik niet van koud houd.)
Als ik op mijn Bapo-dag moet vergaderen (een belangrijke vergadering, ik zei het al) dan komt dat er niet van. Dat vind ik jammer. Niet omdat ik seksverslaafd ben (nou ja, misschien ook wel, wat wil je met zo’n vriendin), maar omdat ik de toch al vrij spaarzame momenten waarop dit scenario mogelijk is, wil koesteren.
Koesteren. Een belangrijk woord. ………………….

 ‘Kut,’ denkt de leidinggevende als hij mijn mail gelezen heeft: ‘Hij heeft gelijk.’ En hij belt me midden in de nacht op. ‘Kom maar niet naar die klotevergadering,’zegt hij. ‘Er zijn belangrijker dingen in het leven.’ ‘Ja,’ zeg ik en verbreek de verbinding.

‘Fijn dat je er bent’ zegt hij de volgende morgen.





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen