12 aug. 2012

Winnetou I


In het jaar waarin hij de Edgar-Wallace-verfilming Das Haus an der Themse liet uitkomen (1962, zie mijn blog Krimi 1) produceerde Horst Wendlandt  ook de film Der Schatz im Silbersee, naar de gelijknamige avonturenroman van Karl May (1890/1891 als vervolgverhaal in het tijdschrift ‘Der Gute Kamerad’, 1894 als boek).
In 1962 las ik Karl May waarschijnlijk nog niet. Ik concentreerde me voorlopig op meesterwerkjes als Wipneus en Pim. Wanneer en hoe ik mijn eerste exemplaar van een van Mays werken in handen kreeg, weet ik niet meer.  De kans dat ik (of mijn anderhalf jaar oudere broer) het van onze vader kreeg, is vrij groot, want hij was zelf een Karl-May-fan. Met een zekere regelmaat herhaalde hij het verhaal dat hij door zijn huisarts gewaarschuwd werd vooral niet te veel en te lang achter elkaar te lezen. En zeker niet dergelijke laagallooiige literatuur als de avonturen van Old Shatterhand en Kara Ben Nemsi. Je kreeg er maar akelige dromen van en niet te vervullen verlangens naar reizen naar het verre buitenland. ‘Maar ik kon ze niet wegleggen,’ zei mijn vader.
Ook ik was al snel verslaafd. Van de dertien op de Nederlandse Wikipedia genoemde delen Prismapockets van uitgeverij Het Spectrum die in het Wilde Westen speelden, heb ik er in ieder geval zeven gelezen, misschien ook meer, maar de herinnering begint na te laten. Of beter: toen ik Karl May terzijde legde en me meer op echte literatuur ging richten, wilde ik mijn geschiedenis op dat gebied zo snel mogelijk vergeten. Ik schaamde me een beetje voor mijn Karl-May-addictie. De avonturen in Zuidoost-Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika las ik minder, hoewel ik van minstens zes titels zeker weet, dat ik ze gelezen heb.
Karl May als Old Shatterhand
Ik las ze dus nauwelijks minder, maar wel met minder plezier. Dat had (denk ik im Nachhinein) alles te maken met de manier waarop de inheemse bevolking werd afgeschilderd.  De meeste mensen waarmee Kara Ben Nemsi te maken had, waren leugenachtig, doortrapt en wreed. Alleen zijn vriend Hadji Halef Omar was te vertrouwen, maar die was dan weer enigszins dom en lachwekkend in zijn grootspraak.
Ook de originele bewoners van het Wilde Westen waren vooral leugenachtig, doortrapt en wreed. Alleen de stam van de Apaches stak daar een beetje gunstig bij af. En vooral had je natuurlijk de onvoorstelbaar edele Winnetou. 
Winnetou! Zelfs Old Shatterhand gaf toe, dat deze indiaan de beste mens was, die ooit op deze wereld heeft rondgewandeld. En dat wil heel wat zeggen in Karl Mays gedachtegoed, want hij gunde bij voorkeur zichzelf (als Old Shatterhand of Kara Ben Nemsi) of anderen met een Duitse achtergrond de rol van Edele Geciviliseerde.
De eigenlijke reden waarom ik stopte met het lezen van May, was dan ook De dood van Winnetou. Ik had het boek met die titel al vaak zien staan in de boekenafdeling van V&D in Heerlen, maar ik wilde er niet aan. Dus kocht ik maar Door het land der Skipetaren, of zo.  
Uiteindelijk moest ik natuurlijk toch. Ik kocht De dood van Winnetou en de vlag dekte de lading op jammerlijke wijze. Winnetou werd vermoord door een stel blanke schoften (de precieze etniciteit weet ik niet meer). Winnetou ging dood. Winnetou kon dood. Ook Winnetous zuster Nsho-Tshi stierf, als ik het me goed herinner, terwijl ze toch eigenlijk met Old Shatterhand zou gaan trouwen en zodoende de verbroedering tussen de volkeren der aarde zou bewerkstelligen. Dat was ook verschrikkelijk. Maar Winnetou stierf. Ik geloof niet, dat ik ooit eerder of later zo gehuild heb.

Maar gelukkig was er Pierre Brice. Hij, en hij alleen stelde mijn switch van May naar Mulisch nog enigszins uit. Maar daarover de volgende keer meer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen