31 mrt. 2013

Verder



Het is een ongekende luxe tussen grenzen te wonen. Als die grenzen ongehinderd over te steken zijn tenminste, zoals die op ongeveer 100 meter van mijn huis. Ik woon in Wolder, nu een buitenwijk van, vroeger een dorp bij Maastricht.  Wolder is een deel van die rare bobbel die de grens tussen België en Nederland sinds 1839 maakt, omdat Maastricht tijdens de zogenaamde Belgische Opstand in Nederlands bezit bleef, het grootste deel van Limburg sloot zich aan bij de opstandelingen. De Maas vormt voor een groot deel de grens tussen Belgisch en Nederlands Limburg, maar de logica van een grensrivier werd rondom Maastricht doorbroken: Maastricht was immers een vesting- en garnizoensstad en dat leek toen nog belangrijk.  Dat Wolder binnen de Nederlandse grenzen bleef, had te maken (althans, dat heb ik me eens laten vertellen) met het bereik van de kanonnen van die tijd. Vergeleken met de situatie voor 1830 kwam er dus een grens bij, maar vergeleken met de pre-napoleontische tijd was het grensbeeld van deze streek veel eenvoudiger geworden. Het Prinsbisdom Luik (dat ook ongeveer de helft van het oude Maastricht beheerde) was verdwenen en het huidige Nederlands-Limburg hoorde in zijn geheel bij Nederland en niet meer (deels) bij onderdelen van het Heilige Roomse Rijk. (Al bleef het ook na 1839 nog een tijdje lid van de Duitse Bond.) Nog eerder was de wirwar van grenzen nog fraaier.
De huidige situatie bestaat dus sinds 1839, de bijbehorende grenspalen zijn geplaatst in 1843 (n.a.v. een verdrag van Maastricht). Nog geen tweehonderd jaar dus. En toch zijn er wezenlijke verschillen te ontdekken.
Als ik vanuit mijn huis tweehonderd meter westwaarts wandel, ben ik in Vroenhoven. De oude naam van Vroenhoven is Montenaken. Ik woon aan de Montenakerbank en loop bij een wandeling vaak via de Wolderweg terug naar huis. Vroenhoven hoort tegenwoordig bij de gemeente Riemst. Je kunt er goedkoop shag en benzine kopen. In Eetcafé Benelux kun je hopelijk nog steeds overheerlijke lamskoteletjes eten. Verder is het dorp van weinig belang en lelijk. Maar het leuke is dan weer dat het Vlaams-lelijk is. En dat is heel anders dan Nederlands-lelijk. Het is rommelig-lelijk, en dat vind ik veel beter te pruimen dan de geordende afstotelijkheid van moderne Nederlandse wijken.
Shag en benzine haal ik er, ik zei het al, dat scheelt al gauw een  euro of 15 of 20 per week.  Maar wat ik dan weer niet doe is op een zondagmorgen gruwelijk verse broodjes of een overheerlijke vlaai halen. Ik denk er gewoon niet aan. Want het is in België. Belachelijk natuurlijk. Op zaterdag koop ik in een Maastrichtse supermarkt die een kilometer of twee verder van mijn huis ligt dan de Vroenhovense bakker een voorverpakt halfje goed kneedbaar tarwe, terwijl ik daar een krakend korstig, in papier verpakt dampend, royaal gesneden brood kan krijgen. En echte echte boter!
Kapel OLV van Gedurige Bijstand, Zussen, françoish

Vroenhoven is vooral het dorp aan de weg naar Tongeren: de Maastrichtersteenweg. Tongeren is altijd een nastrevenswaardig doel. Maar als je iets anders wilt, sla je bij een van de gelegenheden linksaf. Meteen na de brug over het Albertkanaal vind je de weg naar Heukelom. Als je een beetje handig door dit Belgisch-mooie dorp kronkelt, kom je al snel in Zussen, weer zo’n dorp tussen braak en bewondering, en je hebt tijdens de reis begrepen wat het woord hoogvlakte betekent. Zussen hoort bij de Riemstse deelgemeente (als je dat zo mag zeggen) Zichen-Zussen-Bolder. Laten we wel wezen: het mooiste aan deze verzameling dorpjes is de naam. Dan kom je op de grote weg: de Visésteenweg. Je rijdt een helling op en komt bij een curieuze rotonde. Een rotonde namelijk met maar twee afritten. Of beter gezegd: een rotonde met één oprit en één afrit. Bij een rotonde verwacht je keuzes. Lichte paniek: welke afslag moet ik pakken? Als je hier de eerste mist ga je weer terug naar huis. Vreemd. Vreemd. Heel vreemd.

Rare rotonde. De blauwe lijn is de taalgrens :)
Rare rotonde
Vroeger zal de weg vanuit Zussen ongetwijfeld rechtdoor gelopen hebben. De naam Visé-Steenweg zegt genoeg tenslotte.  Maar als je nu rechtdoor zou rijden, zou je een doodsmak maken in een diepe steengroeve. Zou er een weg naar links gaan dan zou die weer uitkomen aan de rand van Zussen. Misschien was het de bedoeling van hieruit verder te gaan naar de brug over het Albertkanaal in Kanne, maar dat zou gezien het landschap en het weinige verkeer een wel erg dure ontsluiting zijn van dit Vlaamse dorpje dat ligt ingeklemd tussen Nederland en Wallonië.
Want daarmee heeft alles hier te maken: met grenzen en dan vooral met de taalgrens. Als je de enig mogelijke afslag neemt, kom je in Wallonië. Nou ja, in nog-niet-zo-lang-Wallonië, want de dorpjes Rukkelingen-aan-de-Jeker, Bitsingen, Wonck, Glaaien, Boirs en Eben-Emael werden in de zestiger jaren geruild met een aantal dorpen in de Voerstreek en werden dus Waals: Roclenge-sur-Geer, Bassenge, Wonck, Glons, Boirs en Eben-Emael. 

Carolus Magnus,
De weg daalt -uitgekapt uit mergel- het Jekerdal in en passeert een steengroeve (een carrière) aan de linker- en de toren van Eben-Ezer (waarover later) aan de rechterkant. Je daalt in een grote bocht af naar weer een rotonde, hierop staat een standbeeld van Karel de Grote. Hij is in de buurt geboren. Herstal, een kleine 15 km naar het zuiden, wordt genoemd als geboorteplaats, maar zeker is dat niet. Karel kijkt de weg op die ik net ben afgedaald, hij kijkt in de richting van het Vlaamse gewest. Het weinige publiek dat hij krijgt, zijn dus de mensen die net de taalgrens zijn gepasseerd. Op de sokkel is zijn naam in het Latijn uitgehouwen, maar hier had een ‘Hier waak ik’-bordje ook niet misstaan. Hier wordt een stelling betrokken, een grens gemarkeerd.
Op deze rotonde heb je meer keuze: je kunt naar rechts en rechtdoor. Rechts ga je naar Wonck en Bassenge. Nu rijden we rechtdoor naar… de volgende rotonde. Nog geen honderd meter verderop moet je namelijk weer een keuze maken. Rechts ga je naar Visé en Luik via een weg die bijna
Twee rotondes
parallel loopt aan die naar Bassenge maar dan scherp stijgend (en even later nog veel scherper dalend). We gaan links en komen meteen bij de eerste huizen van Eben-Emael. Links stroomt de Jeker (Le Geer) die we al spoedig – na een haakse bocht- oversteken. Het landschap lijkt hier ouder, de percelen zijn kleiner, want het terrein is geaccidenteerder. Maar dat is niet alles. Dit gedeelte van Wallonië lijkt in de vijftiger jaren te zijn blijven steken. De huizen lijken ouder, alles is (nog) rommeliger, maar onvoorstelbaar mooi. Nou ja, voor iemand die, zoals ik, in een jarenzeventig nieuwbouwwijk woont en gezegend is met nette buren is dit genieten.

Fort Eben-Emael/Albertkanaal
Het beroemde fort van Eben-Emael laat ik rechts liggen (ooit moet ik er toch eens naar toe) en ik volg de Chaussée des Grenadiers tot die veranderd in de Grenadiersweg. In beide gevallen is de weg genoemd naar de verdedigers van Kanne en omstreken op 10 mei 1940. Ik ben dus in Kanne, in het Vlaamse deel van België. Ik passeer de syphon die de Jeker onder het Albertkanaal door leidt en kies bij de rotonde voor de landelijke route. Ik zou de brug kunnen oversteken en het eigenlijke Kanne kunnen bezoeken met zijn enorme rommelmarkt op pinkstermaandag, zijn talloze kroegjes en restaurants en zijn kasteel (dat weer in Nederland ligt, maar toch bij het dorp hoort). Maar ik bedenk dat het Albertkanaal (Antwerpen-Luik) bedoeld was om de concurrentie van het iets eerder gegraven Nederlandse Julianakanaal tegen te gaan en dat het samen met het Fort Eben-Emael deel uitmaakte van de verdedigingsgordel rondom Luik. In 1940 was het kanaal met bijbehorende bruggen klaar. Op 10 mei van dat jaar wisten Belgische grenadiers de brug van Kanne weer op te blazen, maar het Fort Eben-Emael werd nog die dag ingenomen en verder naar het noorden konden de Duitsers het kanaal toch oversteken. De officiële opening van het kanaal vond plaats in 1946.
Oorlogskerkhofje, Kanne

Daarom neem ik op de rotonde de eerste afslag zodat ik even het oorlogskerkhofje kan bezoeken waar de kruisen van de gesneuvelde grenadiers nog staan, maar waar hun lichamen niet meer rusten: ze zijn verplaatst naar een groter in de buurt.
Via een prachtig kronkelende Zusserdel kom ik (weer) op het Plateau van Caestert. Weidse vergezichten. 

Het wordt pas weer saai als ik via Heukelom en Vroenhoven de grenspaal bereik op de hoek van de Diependaalweg (links België, rechts Nederland)


De foto's zijn van Google Earth en/of Panoramio geplukt. Alleen die van het oorlogskerkhofje heb ik zelf gemaakt. De kaart is uiteraard van Loesje.

2 opmerkingen:

  1. Je leidt me een mooie wereld in, enigszins bekend van het Pieterpad en de Grens met Tommy Wierenga, toch valt het mij nog niet mee me dit alles globaal voor te stellen...een ding is bijna wel zeker, je woont daar grenzeloos

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Toen ik vroeger in Heerlen woonde, ging ik wel eens met mijn hond zwerven over de velden en door de weilanden. Soms bleef ik lopen. Dan kwam ik op een gegeven moment bij de resten van de Siegfriedlinie uit, een Duits antitankgedoe uit de Tweede Wereldoorlog. Dat fascineerde en fascineert mateloos.
    Overigens heb ik net (via Google Earth) een nog vreemdere rotonde gevonden dan die op de taalgrens: er leidt maar een weg naar toe. Je kunt er oprijden en dan weer er af, via dezelfde weg. Te vinden in Maastricht.

    BeantwoordenVerwijderen