26 aug. 2012

Scheerzeep

September 1944. De Amerikanen bevrijden Heerlen. Mijn vader, net 22 geworden, ziet zijn kans schoon om zijn benauwde wereld te verlaten. Hij heeft een aantal jaren noodgedwongen als mijnwerker diep onder de grond gewerkt en wil nu meer zien van de wereld. En misschien wil hij ook wel meedoen aan de laatste resten strijd tegen de Duitsers, die hij in de jaren sinds 1940 hartgrondig heeft leren haten.
J.H. Hendriks, II 13 RI, ws. voorjaar/zomer 1945
Hij sluit zich aan bij de bewakingstroepen 3e compagnie Heerlen. In eerste instantie worden deze oorlogsvrijwilligers ingezet om collaborateurs, NSB-ers en zogenaamde Volksduitsers op te pakken en te bewaken. Ook vrouwen die de pech hadden verliefd te zijn geworden op een Duitse bezetter waren de klos. Moffenhoeren werden ze genoemd en er werd niet gevraagd naar de echtheid van hun liefde.
Later trekt het onderdeeltje met het Amerikaanse 9e leger mee naar Duitsland. In Mönchengladbach maken ze deel uit van de bezettingstroepen. En zo staat mijn vader op een dag op wacht bij de poort in een provisorisch gebouwde omheining rondom het oude schoolgebouw dat dienst doet als kazerne voor de Nederlandse Oorlogsvrijwilligers. Het is maart 1945 en Noord-Nederland is nog bezet. Hij heeft gehoord over de verschrikkingen van de concentratiekampen. Misschien heeft hij er zelfs al beelden van gezien in de weekjournaals die aan de soldaten vertoond worden. Hij hoopt nog zover te komen dat hij mag meevechten tegen de gehate Duitsers, dat hij meer mag doen dan wachtlopen. Hij is gewaarschuwd voor de organisatie Werwolf: Duitsers die in intussen door de geallieerden bezet gebied achterblijven om daar door terroristische aanslagen onrust te zaaien en de terugkeer van de Nazi’s voor te bereiden. Iedereen kan lid zijn van die organisatie: oud en jong, man en vrouw.
Dit alles bedenkt hij als hij met een geweer om zijn schouder langs de prikkeldraadversperring loopt. Hij is dan ook extra alert als er op de stoep aan de overkant een vrouw met kinderwagen blijft staan. Ze schrikken voor niets terug hebben ze gezegd bij de briefing, en net het voorbeeld van een vrouw met kinderwagen is een aantal keren genoemd. Ze kijkt naar hem, maar als hij terug kijkt, slaat zij haar ogen neer. Hij voelt zich ongemakkelijk. Moet hij oversteken, de kinderwagen controleren, naar haar papieren vragen? Hij passeert haar, maar kijkt keer op keer om. Zij lijkt door te lopen. Hij draait zich om, kijkt haar na. Maar dan kijkt ook zij om. Ze zwaait, nee, maakt een teken met haar hand. Hij pakt het geweer van zijn schouder. Hij loopt terug tot hij weer op gelijke hoogte staat met de vrouw. Weer maakt ze een teken. Ze is bang, dat ziet hij. Was willst du, roept hij. Können Sie mir helfen, bitte? Hij steekt de straat over. Het geweer recht vooruit, op haar gericht.
Scheerzeep voor de G.I. (Bron)
Ze wijst in de kinderwagen. Hij ziet het gezicht van een baby, helemaal bedekt met een rode etterige uitslag. Hij schrikt. Hij kijkt de vrouw aan, ze heeft tranen in haar ogen. Ze vraagt nog eens om hulp. Hij kijkt om zich heen. Het is niet de bedoeling te verbroederen met de lokale bevolking. Het zijn Duitsers tenslotte, Nazi’s en niet te vertrouwen. Hij denkt snel na. Op dit moment kan hij niks doen. Hij mag zijn post niet verlaten, kan geen advies vragen. Morgen, zegt hij, Morgen. Snel steekt hij de straat weer over en loopt zijn rondje. De vrouw loopt door.
De volgende dag staat ze er weer. Hij steekt snel over en geeft haar een tube scheerzeep. Ze kijkt hem vragend aan. Hij wijst op een woordje op de tube: disinfecting. Zij knikt.
Hij ziet haar nog één keer daarna. Ze wijst weer in de kinderwagen. Het gezicht van de baby ziet er schoon uit, geen uitslag meer. Hij lacht, zij legt een hand op die van hem. Hij geeft haar de tube scheerzeep die hij sindsdien altijd op zak heeft. Dan steekt hij de straat weer over. Hij loopt zijn ronde.

1 opmerking:

  1. Mooi moment, goed geschreven. Ik zie het voor me en voel het mee. Alles van toen komt aan het licht... Jouw herinnering van de ervaring van je vader sluit aan bij mijn zoektocht van vorige week rond Arnhem/Oosterbeek, waar mijn voorvaderen in het verzet zaten. Toevallig stond er een dagboekfragment van een van hen in de gratis herdenkingskrant. Oorlog laat diepe sporen achter. Dankjewel voor het delen.

    BeantwoordenVerwijderen