19 feb. 2011

Naakt

Vanuit de keuken klonk het woord twee keer. Kort achter elkaar en fel. Geen idee hoe laat het was. Het was donker en draaierig. De alcohol. Half onder mij de vrouw. Natuurlijk naakt. Kleren op de vloer. Een deken deels over de lichamen gespreid. Koude lijven, naast elkaar. Zij werd niet wakker, terwijl het toch haar kinderen waren die vanuit de keuken riepen. Haar been tussen de mijne. Mijn penis slap op haar dij. Haar mond open. Haar keel droog, leek me, door al dat ademen. Hoofdpijn. Hoe kwam ik hier?

Ik was niet gekomen, dat voelde ik. De seks was geen succes. Hoe kon het ook: ik was in slaap gevallen. Zij ook, maar ik het eerst. Of niet? Misschien was zij al lang bewusteloos toen ik nog met mijn laatste graadje wakkerheid in haar het leven wilde wekken. Kut, dacht ik. Wie roept daar nu, wie roept haar nu met zulke harde woorden. Dat heeft ze niet verdiend. Oké, het was niet mooi, het was wanhoop en verdoving. Troost. Ik wist waarom bij mij. En zij had veel verteld, maar dat was ik vergeten. Het was de droefenis die altijd om haar heen gehangen had. Het leed van ongeliefd. Een vent die nog veel meer dan zij verdwaasd het leven liet voor wat het was. Een vent die nooit meer droomde. Omdat hij steeds in hoger sferen was.

Waarom waren die kinderen er? Hoe laat was het eigenlijk? Misschien waren ze net opgestaan en moesten ze naar school. Hadden ze in de keuken boterhammen gesmeerd, een kop thee gezet en pas daarna de deur naar de woonkamer geopend. Nietsvermoedend. En daarna aan de andere kant van de kamer op de veel te kleine bank twee lijven gezien. Op elkaar en naakt. Het bleke vel van hun moeder, de open mond, de flessen en de asbakken. En dan die vreemde naakte man, die gisteravond toen hij nog gekleed was en nieuw, zo aardig leek en misschien een betere partij voor haar, de moeder, dan degene die ze vader noemden, maar niet was.

Dat schoot me te binnen, terwijl ik probeerde geen geluid te maken dat verraden zou dat ik al wakker was. Terwijl ik eigenlijk een uitweg zocht. Mijn kleren lagen op de vloer met die van haar. Een schoen zag ik. De andere onder de bank misschien. Ik had behoefte aan een sigaret. Zij was al jaren bij die vent, hij dacht dat hij de vader was van twee van de drie kinderen. Het derde, het jongetje dat nu nog sliep, was van een ander, dat was bekend. Het product van een kortstondige affaire, een onderbreking van het liefdeloze leven. Voor haar althans, voor hem was het leven een lange rit tussen de geluidswallen van een autoweg.

Maar ik, de naakte man, wist nu dat ook de andere kinderen niet uit het zaad voortkwamen van de man die gisteren aan de keukentafel had gezeten. Flessen bier en weed onder handbereik. Meer had hij niet nodig, behalve soms een boterham of frietjes die zij voor hem bakte. Zijn huid was valer nog dan die van haar. ‘Het is mooi weer vandaag,’ had hij gezegd en naar buiten gekeken. Om elf uur was hij eindelijk vertrokken. Naar een vriend, waar hij zou blijven slapen. Dat was zo afgesproken, zei zij later, omdat ze wist dat hij het niet verdragen kon: een nieuwe man die met haar naar bed zou gaan. Omdat zij dat wilde. Ze hadden geen relatie meer, zij had dat afgesproken. Zij wilde haar leven op de rails, ze hoopte nog te kunnen hopen op iets meer dan weed en bier en af en toe een kind dat van een ander was.

Een naakte man bedacht wat hij kon doen. Opstaan, snel mijn kleren aan en er vandoor. Maar dan moest ik door de keuken, waar de twee dochters op overdreven luide toon de gedragingen, de aard van moeder bestudeerden: ‘Ze is een hoer.’
Of zou ik haar nu wakker maken, haar in wat kleren helpen en na gepaste tijd tegen haar zeggen dat ik nu dan maar zou gaan. Als gezin moesten ze hier zien uit te komen. Ik zou me aan de uitkomst houden en als ik daarna welkom was , zou ik op de koffie komen. Op een neutraal moment. Een woensdagmiddag leek me wel een goed idee. En kijken of dit allemaal nog goed te maken was.
Natuurlijk zou dat nooit gebeuren.
Geen voet zou ik nog zetten hier. In deze kamer. Ik moest er niet aan denken dat ik hier nog eens zou koffie drinken, op die bank waar ik met haar. En dan die kinderen vertellen dat ik voor haar het beste wilde, dat ik met haar graag verder ging. En dus met hun.
Dat was, wat er dan gezegd zou worden. Dat was, wat het vervolg zou zijn. Ik zou mezelf verbinden aan het liefdeloze leven waarmee zij zoveel ervaring had.

Natuurlijk kon ik blijven liggen. Me slapend houden en mijn blaas die aandrong proberen te negeren. Natuurlijk kon ik wachten tot zij uiteindelijk zou wakker worden , haar lichaam onder dat van mij vandaan zou trekken, en naar de kinderen gaan. Geduldig zou ik wachten tot de deur zou slaan, de kinderen naar school of naar oma zouden gaan en zij weer naast me kruipen. Haar huid gespannen wachtend op een streling, haar tepels naar me uitgestrekt. Ja ja.
En dat we dan nog zouden doen wat we de nacht ervoor zo roemloos hadden laten rusten.
Dan zou ik eerst wel moeten plassen. Dan zou ik – ook al was ik naakt – als ik daar stond , verlangen naar de deur, de voordeur achter me sluiten. Het was niet ver naar huis.

Maar dat zou ik niet doen, ook niet als ik op de een of andere manier toch mijn kleren mee zou kunnen nemen naar de wc. Ik zou mezelf wijsmaken dat ik te veel fatsoen had om een nacht die op een voor haar en mij zo genante manier verlopen was af te sluiten met een vlucht, waarbij ik me (ook al ging het anders) naakt zou voelen. Verschrikkelijk naakt. Op straat zou ik niet op of om durven kijken. Iedereen die ik tegenkwam zou weten waarvan, waarvoor ik wegliep. Iedereen zou me gelijk geven dat ik wegliep, maar tegelijkertijd op me neerkijken dat ik überhaupt in een dergelijke situatie terecht was gekomen. Want, zouden ze zeggen, je wist waaraan je begon. Je wist met welk doel je met haar afsprak. Je wist dat het er van zou komen. Je wist wat er van zou komen. Want je wist ook dat je seks wilde, verder niets. Want meer, als je eerlijk was dan wist je dat, vond je haar niet waard. Eigenlijk, zou iemand zeggen, die toevallig op de hoek van de straat zijn hond uitliet, eigenlijk keek je op haar neer en zocht je hooguit een soort wraak.
‘Wraak?’
‘Natuurlijk, wraak. Ik weet niet op wie of wat. Ik heb geen idee waar het vandaan komt. Dat boeit me ook niet. Jij boeit me niet.’
Ik keek hoe de man de straat overstak, het park in. Hij liet zijn hond snuffelen aan elke boom, elke struik die binnen het bereik van de lijn lag. De man liep verder en pas als de lijn helemaal uit de roodplastic houder gerold was gaf hij er een stevige ruk aan. Dan volgde de hond. Meestal. Een of twee keer volgde hij niet. Dan liep de man terug en liet de lijn weer in de houder verdwijnen en gaf de hond een trap tegen het hoofd.

Daarna was alles anders. Ik lag nog steeds op de bank, op haar, maar in de keuken was het stil. De deken lag nu helemaal over ons heen. Onze lijven warm en zacht tegen elkaar. Ze bewoog haar bovenbeen, ik reageerde. Ze kreunde zacht, bewoog, wilde vrijer liggen en streelde door mijn haar. ‘He,’ zei ze zacht. ‘Hoi,’zei ik terug. Onder de deken gleed haar hand langs mijn dijbeen omhoog en sloot om mijn penis. Die werd meteen harder. ’s Morgens is het veel lekkerder. Ze keek me aan. Slaapplooien. ‘Kom,’ zei ze. Zonder mijn penis los te laten wrong ze haar lichaam verder onder me. Met het topje van de eikel streelde ze tussen haar schaamlippen.
‘Wacht,’zei ik: ‘je kinderen.’
‘Die slapen nog. Die staan nooit op voor een uur of twaalf, een. We hebben tijd genoeg.’

Om kwart voor een draaide ik me om en zwaaide nog een keer naar haar. Ze stond in de deuropening, ze droeg dezelfde kleren als gisteravond. Op de hoek van de straat liet een oude man zijn hond uit. De zon scheen. De hond plaste op de wortels van een boom. ‘Mooie dag vandaag, hè,’ zei de man. Ik knikte, naakt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen