16 okt. 2012

Bleibtreustraße



Zolang het de mijne zijn, houd ik van tradities. Al de keren dat ik in Berlijn was, heb ik Café Bleibtreu bezocht, in de Bleibtreustraße. Dat heeft natuurlijk ook met de naam te maken.

De Bleibtreustraße is een zijstraat van de Kurfürstendamm, en ligt in Charlottenburg,  in het westen dus. Ze is genoemd naar Georg Bleibtreu (1828-1892), een schilder die zich specialiseerde in schilderingen van veldslagen. De bekendste van zijn werken hebben te maken met de slag bij Sedan, uit de Frans-Duitse oorlog van 1870/71. Voor mij heeft die oorlog vooral te maken met het neerslaan van de Commune van Parijs. Ik mag die Bleibtreu dus niet.

Café Bleibtreu

Het café dat via een omweg naar Heinrich genoemd is, bezoek ik dus nog steeds, al ga ik er niet elke keer binnen. Het is, nou ja, het was lang geleden  een opstapje naar het roemruchte Schwarze Café aan de Kantstraße. Ooit dé ontmoetingsplaats van de Berlijnse scene, nu de kroeg waarnaar toeristen verwezen worden die vragen naar de Berlijnse scene. Althans dat heb ik me laten vertellen. Toen ik een aantal jaren geleden in mijn eentje in Berlijn was en een hotel had op de Stuttgarterplatz, nam ik er elke avond mijn afzakkertje. Maar de rest van het publiek was beduidend jonger en luidruchtiger dan ik. Niet veel later schreef ik dan ook in mijn hotelkamer de wederwaardigheden van de dag op en viel in slaap.
Een paar jaar later –weer alleen in de stad – liet ik briefjes achter in de kroeg met de tekst: Zeichne mir ein Schaf/Dessine-moi un mouton en mijn emailadres. Nooit een reactie op gekregen. Toen begon ik enigszins te twijfelen aan Café Bleibtreu en zelfs aan Berlijn.
Gelukkig kwam ik er toch weer. Nu met D. We stonden een tijdje voor het lege café en keken elkaar aan. En liepen een paar deuren verder. Naar


Café Zillemarkt

Heinrich Zille, Zelfportret
Genoemd naar Heinrich Zille (1858-1929), graficus en schilder van vooral het Berlijnse ‘Miljöh’.  Als het woord ‘Miljöh’ op deze manier geschreven wordt, dan heeft men het over Zille en over  de scenes die hij trefzeker op papier wist te zetten: het Hinterhöfeleben van rond de wisseling naar de twintigste eeuw. Het leven op de binnenplaatsen van de grote woonkazernes die Berlijn zo rijk is. Kale pleintjes zonder zonlicht (behalve als het echt hoogzomer is) waaroverheen de stemmen van moeders galmden, of die van boze buurvrouwen als er te veel ‘Unfug getrieben’ werd. Opgefleurd werden (en worden) de binnenplaatsen hooguit door een aantal vuilcontainers en wat verregend speelgoed. Dat het ook anders kan, is tegenwoordig goed te zien in de Hackesche Höfe, maar in Zilles tijd waren het vooral schaduw en humor tegen de klippen op die de toon zetten. Die toon is ook enigszins te vinden in Kleiner Mann – Was nun? van Hans Fallada, al is de humor in diens boeken stukken braver. Het gaat allemaal over de uitwassen van de industrialisatie, over de ellende van de moderne steden van die tijd en het is dan ook vergelijkbaar met steden als Parijs en Amsterdam en de bijbehorende literatuur.
„Mutta, jib doch die zwee Blumtöppe raus, Lieschen sitzt so jerne ins Jrüne!“
Het café Zillemarkt duikt in de nostalgie die om onbegrijpelijke redenen aan die periode verbonden is. Het is een mooi café, laten we dat voorop stellen. De bar komt uit een oude apotheek: donker hout, veel spiegels. De vloer bestaat uit kinderkopjes (of de Berlijnse variant daarvan) en loopt vrij sterk af. Waarschijnlijk was dit ooit de inrit naar het achtergelegen terrein dat nu als Biergarten in gebruik is. Als je binnen komt, lijkt het allemaal nog vrij normaal, maar als je aan het eind van de bar op een kruk gaat zitten, moet je eigenlijk een vlaggetje bij je hebben om kenbaar te maken dat je iets wil drinken.

De eerste keren dat ik er kwam –voor de val van de muur- was Zillemarkt druk. De keren na Die Wende was het er stil. Het kan natuurlijk aan de tijd van het jaar, van de dag gelegen hebben. Maar ik denk dat het te maken heeft met de tijdgeest. Jawel! Het leven verplaatst zich en speelt zich tegenwoordig meer af in Prenzlauer Berg (hoewel dat ook alweer passé schijnt te zijn) en in Friedrichshain, twee wijken uit het oude oosten.

Maar het blijft een mooie omgeving. De Bleibtreustraße heeft iets statigs, maar bereikbaars. Ook al omdat om de hoek de Savignyplatz ligt, een ideaal terrassenplein.  

Over een paar dagen ga ik weer naar Berlijn. Weer met D. De eerste keer dat ik met iemand voor de tweede keer die kant op ga. We hebben geen planning. Ik weet een aantal zaken die ik best zou willen gaan bekijken, vooral door het mooie Berlijn-blog van Marjolein, maar we laten ons vooral leiden door het moment.

Het is niet onmogelijk dat we in de Bleibtreustraße terechtkomen. Al zijn tradities er vooral om mee te breken.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen