25 okt. 2011

WEER MINDER JEUGD: KLOONTJE EN HET GEHEIM VAN DE EENHOORN

Toch moeten ze er met hun heiligschennende handen van af blijven. Van de klassiekers. Van Kuifje en (voor mij nog meer) Adèle Blanc-Sec. Nou vooruit, als ze er een tekenfilm van maken, dan kan het nog net. Dan is het uiterlijk van de personages tenminste nog hetzelfde. Maar hun karakter wordt door de beweging onherstelbaar beschadigd. De stemmen maken het nog erger.
Wat Spielberg/Jackson nu met Kuifje gedaan hebben, is natuurlijk helemaal uit den boze.  Vergelijk maar eens wat plaatjes.

De schaduw

Kijk! Wiens schaduw zien we daar? Duidelijk, onze licht frikkerige, maar daarom niet minder onverschrokken held. Kuifje, kortom. Geen twijfel mogelijk. Je hoeft hem maar één keer te hebben gezien om hem altijd en overal te herkennen. Of hij nu door de Himalaya zwerft op zoek naar zijn vriend Chang of door de tuin van Kasteel Molensloot alwaar professor Zonnebloem een nieuwe rozensoort kweekt met de mooie naam Bianca. 


Maar dan komen Spielberg en Jackson. Ze maken er een spitsneuzige Kick Wilstra van, een hoekige Hielke van de Kameleon, een knullige James Dean. Let vooral ook op de plaats van de kuif. Bij de echte Kuifje staat hij zowat boven op zijn hoofd (want Kuifje rent zo snel dat het haar vanzelf naar achteren schuift).  Bij Spielberg/Jackson is de plaats anatomisch waarschijnlijker, maar daarom nog niet correct: er zit geen vaart in, geen noodzaak.
En dan die hand. Jackbergs hand. Een gebalde vuist aan een te gespierde arm. De daadkracht van een would be-held. Op Hergé’s tekening zou er zo een wandelstok onder passen, en terecht, want de echte Kuifje loopt oud geworden en voorovergebogen onder het juk van zoveel aan hem gewijde ellende.

Het hele plaatje


De echte Kuifje is gestroomlijnd, hij maakt vaart. De namaak heeft de wind tegen. De echte namaak meer dan zijn schaduw, trouwens. (In een variatie op Lucky Luke zou je hier kunnen zeggen: Kuifje, de man die langzamer rent dan zijn schaduw).
Opvallend is verder dat Kuifje in veel helderder licht gevangen wordt. Van de mislukte kloon zie je het gezicht nauwelijks. Het blijft een ietwat obscuur figuur, en dat is goed zo. De bedoeling is dat het allemaal iets geheimzinnigs krijgt. Maar dat is natuurlijk volslagen onzin. Kuifje is in zijn verhalen net zo ‘klaar’ als in zijn lijn. Als er al iets geheim is, dan zegt Kuifje dat: Wat een mysterieuze zaak!

Het zou allemaal niet zo erg zijn als ik nog gewoon over mijn Kuifje zou kunnen vertellen. ‘Vroeger, kinderen,’ zou ik zeggen tegen mijn leerlingen: ‘Vroeger was er Kuifje!’ En ik zou vertellen over zijn avonturen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Over zijn vriendschappen, over de goudgeharte zatlap Haddock, de woedeaanvallen van Zonnebloem. En ik zou zuchten.
‘U wordt oud, meneer.’ Zo zou het moeten gaan.
Maar nee.
Ze vertellen elkaar de beste scenes uit de film.
 ‘O ja, Kuifje, vette film.’
Of in plaats van ‘vet’ een ander, nieuwer adjectief.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen