15 feb. 2015

Bommel by Night

Wat ik in 2013 voorspelde en wat ik eigenlijk ook wilde, is uitgekomen. Ik zal het nu eindelijk maar publiek maken. Ik heb een aanslag gepleegd en ben daarvoor opgepakt en veroordeeld. Het eerste deel van de straf die ik kreeg, heb ik erop zitten. Nog vier jaar te gaan.
Niet alles wat ik voorspelde, is letterlijk zo uitgekomen, maar het gaat alleen maar om onbeduidende afwijkingen van de door mij gewenste straf, dus echt belangrijk vind ik het niet.
Soms vind ik het jammer dat er geen sprake was van media-aandacht voor mijn daad, maar van de andere kant vond ik het ook wel best zo. Bij nader inzien vond ik het gewicht van mijn daad, van mijn overtuiging toch weer niet zo groot als ik eerder meende. Eigenlijk schaamde ik me zelfs een beetje voor de beperktheid van de achterliggende gedachte. Let wel, niet voor de daad zelf. Ik zou het zo weer doen, maar dan beter. Ik denk dat ik best kan stellen dat ik geradicaliseerd ben.

Maar goed. Omdat er zo weinig, of eigenlijk zelfs geen enkele aandacht was van de media voor mijn actie, weet nu niemand wat er eigenlijk gebeurd is. Zelfs het plaatselijke sufferdje, De Toren, heeft er geen letter over geschreven. Vandaar dat ik het hier even moet opschrijven.

Op 29 september 2013 schreef ik een blog over een gruwelijk lelijk en half gedupliceerd aluminium standbeeld van Marcel Smink in Zaltbommel, waarin ik een soort van symbolische aanslag op dat onding aankondigde. Ik was die dag met mijn vriendin in Zaltbommel geweest. Ze had er zelfs nog een koddige foto van me gemaakt, waarop ik de vlucht na mijn daad vooruitspiegelde. 
Het was niet mijn eerste confrontatie met dat beeld, ik had al eerder geschreven over 'Gatsie' zoals ik het 'kunstwerk' had gedoopt. Dat was een ruim aantal jaren voor mijn in genoemd blog beschreven bezoek. Tot dan toe deed ik alles in openheid.

Maar op zondag 4 januari 2014 stapte ik 's morgens vroeg in mijn auto en reed in mijn gammele Renault Clio naar Zaltbommel. Mijn vriendin had ik wijsgemaakt dat ik op bezoek zou gaan bij mijn moeder en dat ik op tijd voor het eten weer terug zou zijn. Het was redelijk zonnig en fris. Onderweg kwam ik een natte-sneeuwbui tegen, maar dat mocht geen naam hebben. Om half elf parkeerde ik mijn auto op de parkeerplaats langs de Waal aan de rand van het stadje. Uit het handschoenvakje pakte ik de twee stukken vuurwerk die ik had achtergehouden uit het pakket dat ik de zoon van mijn vriendin enkele dagen eerder onder mijn toeziend oog ('Voorzichtig, voorzichtig')  had laten afsteken. Ik sloeg de kraag van mijn jas op en liep, wind in de rug naar de Waalkade. Daar stond deel een van mijn opdracht: het halverwege de borst afgesneden 'torso' van Gatsie tussen de klinkers voor de cafés en restaurants waarvan de terrassen 's zomers redelijk vol zaten. Nu was het leeg op straat en langs de Waal. Met een speciaal daarvoor meegenomen grote schroevendraaier peuterde ik zand en brokjes cement weg tussen de bestrating en de voet van het beeld. Ik kon de knaller er schuin onder plaatsen. 
Daarna liep ik naar de ten-voeten-uit-lelijkheid die enkele tientallen meters verderop in de uiterwaard stond. Voor dat deel van het kunstwerk had ik een sterker stuk vuurwerk gekozen. 
Ten eerste omdat het groter was en op een soort van sokkel stond, maar eigenlijk vooral omdat dat het verschrikkelijkste deel van het geheel was. Dat had te maken met de zwembroek die de jongen die was afgebeeld droeg. Er zou niets aan de hand zijn geweest als de jongen gewoon naakt was geweest, zoals dat hoort bij een standbeeld. Of gewoon gekleed natuurlijk. Dat kan ook. Maar een zwembroek? Werkelijk! Ik word weer kwaad als ik eraan denk.
In ieder geval: onder dat deel van de gruwel was het stuk vuurwerk veel eenvoudiger aan te brengen. 

Ondanks de kou ging ik met mijn rug tegen de lelijkheid zitten en keek naar de Waal, naar de overkant en naar de Martinus-Nijhoffbrug. Het was goed wat ik deed, zei ik tegen mezelf. Ik rookte een sigaret. Het had te maken met poëzie en met schoonheid. Het had te maken met het uitbannen van lelijkheid, van ketterijen tegen mijn geloof in puurheid en liefde. De beelden hoefden niet vernietigd te worden. Gewoon een symbolische daad volstond, dacht ik. Dacht ik toen.

Met de laatste twee centimeters van mijn sigaret stak ik het lont aan. Ik rende naar boven, naar de Waalkade. Al snel volgde de knal. Ik keek om. Er was niets veranderd. Een vaag wolkje dreef af naar de rivier. Op de kade hield ik de kegel van de peuk tegen het lont van het andere stuk vuurwerk. En weer rende ik weg. Ik keek niet om. 
De laatste meters naar mijn auto liep ik. Mijn hart bonsde als bezeten. Ik zweette, maar voelde de koude wind tegen mijn borst. Ik stapte in en reed als een bezetene terug naar Maastricht, naar mijn vriendin.
'Hoe was het met je moeder?'
'Goed, goed.'

—-

Nou ja, iemand had me gezien en iets genoteerd en de politie op de hoogte gesteld en zo kwam het dus dat ik afgelopen 4 januari voor de eerste keer het beeld moest schoonmaken. Hierna moest ik dat nog vier keer doen. Steeds op 4 januari. Een taakstraf werd het genoemd, maar eigenlijk was het natuurlijk gewoon een soort bezuinigingsmaatregel van, of in ieder geval voor de gemeente. Ik heb het nagekeken, nagevraagd. 'Gatsie' werd sinds zijn onthulling een keer per jaar met de hogedrukspuit ontdaan van al te vasthoudend vuil. De rest werd aan de regen overgelaten.
Maar ik moest met een ladder en sponzen in de weer. Ik moest elke plooi van het overlevensgrote lichaam met de hand schoonmaken. Het doel van die exercitie was me respect bij te brengen voor andermans ideeën en inspanningen. Zo zei de rechter het in ieder geval. 
Ik had geprotesteerd, natuurlijk. Ik betoogde dat geplande lelijkheid geen respect verdient. Ik vertelde over de beeldhouwer Breker, die in zijn tijd vernieuwend was, maar waar tegenwoordig toch niemand meer mee geassocieerd wilde worden, gezien zijn affiliatie met het Nazi-regime van Hitler. 'Kunst en politiek mogen niet te veel met elkaar verstrengeld raken', zei ik. Waarop de rechter zei: 'Ja maar, dat is toch precies wat u deed. U maakte meneer Sminks kunstwerk politiek.'

Omdat er in het vonnis geen tijd genoemd werd, besloot ik het beeld 's nachts schoon te maken. De lust tot statements was me even vergaan. Ik parkeerde mijn auto op dezelfde plaats als vorige keer. Ik sleepte mijn ladder en vijf in elkaar gestapelde emmers naar het beeld. Ik liep naar de Waal en vulde de emmers en droeg ze naar het beeld. Ik zette de ladder tegen het gedrocht, klom voorzichtig met een hand omhoog en goot de emmer leeg over het hoofd. De tweede en derde ook. De vierde emmer hing ik met een haak aan de bovenste sport van de ladder.  Met een van de grote sponzen begon ik het beeld af te soppen. Het maakte niet veel verschil. Het water werd smerig, maar het beeld zag er niet veel schoner uit. Het ging allemaal vrij vlot. Tot ik bij de zwembroek kwam. Daar zaten wat meer plooien en dus meer vuil. Harder wrijven dus.
Gelukkig had ik ook een schuurspons meegenomen. Daarmee bewerkte ik de plek in de zwembroek waar Gatsies pik moest zitten. (Voorzover een beeld met zwembroek een pik kan hebben, natuurlijk.) Ik zag hoe door mijn geschuur het metaal rond zijn geslachtsdeel iets lichter werd dan de rest van het beeld. Dat vond ik leuk. Volgend jaar zou ik een polijstset meenemen. Ik stelde me voor dat later dat deel van het beeld zilverkleurig zou blinken tussen het grijs van de rest van het lichaam. Ik schuurde nog wat harder. Ik stelde me een stel voor dat vroeg op een zomerse zondagmorgen in 2016 over de uiterwaard zou struinen, na een te lang kroegbezoek. Dronken en verliefd zouden ze van oost naar west lopen. Achter hen zou de zon opkomen en zijn eerste stralen werpen op het beeld van 'Gatsie'. Zij zou haar hand opheffen tegen de weerkaatsing van de zon in de zwembroek. Hij zou een hand onder haar opgeheven arm door schuiven tot op haar borst. En aan de voet van het beeld zouden ze het doen. 


Het werk aan de twee delen van het 'kunstwerk' kostte me ongeveer twee uur. Ik was tevreden over mijn werk. Ik verheugde me op de volgende keer. Het was vier uur 's nachts. Op het politiebureau meldde ik een paar uur later dat ik aan mijn taak voor dat jaar had voldaan. De lichtelijk verbaasde agent beloofde me het door te geven en mijn werk te laten controleren. Ik knikte tevreden en reed terug naar Maastricht.