20 apr. 2014

K.I. & N.W. 9

Tot diep in de nacht had Karel Innemee aan zijn Facebookpagina gewerkt. Dat wil zeggen: aan de tekst die hij er op wilde zetten. Behalve het vierkant had hij er geen foto's op gezet, waardoor de bladzijde er vreemd leeg en rommelig uitzag. Facebook was een visueel medium, het hield niet van tekst. Toch plaatste hij die. 

'Ik heet niet Karel Innemee. 
Mijn eigenlijke naam vertel ik hier niet. Degene voor wie deze pagina eigenlijk bedoeld is, weet hoe ik heet. Anderen hoeven hem niet te weten. 'Karel Innemee' is de naam die ik lang geleden aannam om in contact te komen (en blijven) met de enige liefde in mijn leven. 
Aan iedereen die op deze pagina komt, omdat hij of zij op zoek is naar een van de echte Karel Innemees, bied ik mijn excuses aan. 
Ik heb deze pagina aangemaakt in de vage en onwaarschijnlijke hoop dat ik kan herstellen wat ik jaren geleden verkeerd heb aangepakt. Ik wilde toen vooral geen verkeerde indruk maken. En daarom loog ik over iets dat de moeite van het liegen niet waard was. En zoals dat gaat: de ene leugen trok de andere achter zich aan. Ik heb er vrienden door verloren. En mijn liefde. Met 'mijn liefde' bedoel ik dan niet alleen de persoon waarvoor deze pagina bestemd is, maar ook de mogelijkheid van iemand te houden. 

Sinds die (bijna) eerste liefde heb ik nooit meer echt van iemand kunnen houden. Ik heb relaties gehad, dat wel, maar erg ver ging dat nooit. Liet ik het nooit gaan. Ik kende maar een liefde, mijn eerste, bijna eerste. En in dat 'bijna' zit het probleem. Echte liefde is altijd de eerste. De enige. Wat daarvoor was, was geen liefde. Dat was verliefdheid, behoefte aan aandacht, uit de hand gelopen geilheid. Wat later kwam, was nawee of poging tot herstel. Of - ook hier - uit de hand gelopen geilheid.

Probleem bij dit alles is namelijk dat mijn echte liefde een afgeleide lijkt. Een afgeleide van iets eerders. Van een eerdere liefde schreef ik bijna. Als je niet oplet, verraden de woorden je. 

Daarom wil ik hier voor eens en altijd opschrijven wat er gebeurd is, waarom ik ze heb geschreven, de letters, die initialen. 

'K.I. x N.W.' stond er, voordat jij de letters wegsneed. Jaren geleden. Tenminste, ik denk dat het jaren geleden was, ik wéét het niet. Toen ik kort geleden voor het eerst sinds 'onze' keer weer bij die boom was, zag ik alleen een vaag vierkant. Ik heb voor de zekerheid nog even gekeken op een paar bomen in de buurt, maar ik wist dat dat eigenlijk niet nodig was. Ik herkende de boom meteen, ik zag de plek waar wij gelegen hebben. Waar we, wat mij betreft, nog steeds liggen. Althans ik. Ik lig daar nog, ben er nooit weggegaan, maar heb niet gemerkt dat jij er was, die ene keer en ze wegsneed, de letters. Jou en mij wegsneed en weggooide. In de struiken enkele tientallen meters verderop. Of in de open haard van je ouders: ik weet niet wat jij gedaan hebt om ons te vergeten. 
Ik niets.'

Dit eerste gedeelte van zijn tekst stond vrij snel op het scherm van zijn laptop. Het vervolg, de echte uitleg, kostte beduidend meer moeite. 


18 apr. 2014

K.I. & N.W. 8


Nellie Waldfeucht keek vanuit het zolderraam naar de zon die van achter een lage heuvel in de richting van S. opkwam. Ze had een zwaar hoofd overgehouden aan het afsluitende avondje uit in een plaatselijke kroeg. Ze hadden veel te veel gedronken allemaal. Gedronken en geflirt. Een van de aanwezige mannen was erg geïnteresseerd geweest in Nellie. Zij had ervan genoten haar oude dialect nog eens te kunnen spreken. Ook de vriendinnen kregen veel aandacht, maar zij maakten 'hun' mannen al snel duidelijk dat ze, hoewel flirterig en zoenerig, getrouwd (vriendin één) of net uit een relatie (loog vriendin twee) waren en dat ze hier met zijn drieën waren en niet geïnteresseerd in verdergaand contact. 
Dat was niet helemaal waar, want bij het eten die avond hadden ze net alle twee verteld best jaloers te zijn op Nellie, op haar mogelijkheden, haar vrijheid op seksueel gebied.

'Jij doet tenminste waar je zin in hebt, als je er zin in hebt. Je doet het wanneer je wil, met wie je wil. Dat zou ik ook wel willen. Ik doe het met mijn vent, vrijdagavond meestal. Best lekker hoor, maar weinig verrassend.'
Vriendin twee vertelde dat zij het al minstens een jaar niet meer had gedaan. Ze was de (tijdelijk) goede man gewoon niet tegengekomen. Het leek wel of alle goede mannen bezet waren, of homo natuurlijk. Ze piekerde er niet over het met een getrouwde vent aan te leggen. Ze wist waar dat toe leidde, en die ellende wilde ze niet.
'Maar jij, jij doet het gewoon.'
Nellie had haar schouders opgehaald. 'Zo gewoon is het allemaal niet hoor. En geloof me, ik zou best wel eens willen ruilen met jullie. Gewoon een vent te hebben voor altijd, eentje waarmee ik saaie seks kan hebben. Eentje die er is, die bestaat. Of gewoon te kunnen hopen dat zo iemand bestaat, ergens, ooit.' Verder had ze er op dat moment niets over gezegd.

Later, in het toilet van de kroeg, zeiden de vriendinnen dat Nellie haar vent van de avond best mocht meenemen naar de boerderij. ze wisten wel dat haar sex drive veel groter was dan de hunne. 'Wij slapen toch wel. Genoeg op, tenslotte.' Nellie had alleen verbaasd gekeken, niet geantwoord en was teruggelopen, de kroeg in. Ze was niet kwaad om de schijngenerositeit van haar vriendinnen. Ze had zelf al eerder overwogen of ze die vent zou kunnen meenemen naar haar zolderkamer in de boerderij. Ze had ook overwogen met hem mee te gaan naar zijn huis: een van de weinige nieuwbouwhuizen in het dorp. Ze wees beide mogelijkheden (om verschillende redenen) af, maar ze realiseerde zich dat ze wel seks wilde. 
Ze vroeg de man of hij zin had in een korte wandeling, ze 'had behoefte aan frisse lucht'. 'Zo terug,' riep ze naar haar vriendinnen.

Even buiten het dorp stond een boom aan de rand van de weg naar U. Nellie wist niet wat voor boom het was, maar de wortels duwden barsten in de weg  Ze trok de man achter zich aan en leunde met haar schouders tegen de gladde bast van de boom. 


Nellie Waldfeucht keek vanuit het zolderraam naar de zon die van achter een lage heuvel in de richting van S. opkwam. Ze dacht aan het onbevredigende avontuurtje, zo'n drie uur eerder, met de plaatselijke versierder. Waarschijnlijk was hij weer teruggegaan naar de kroeg om op te scheppen over zijn belevenissen onder de boom. Niet dat er veel op te scheppen viel, maar dat hoefden zijn vrienden niet te weten. Verder dan wat gezoen en gerommel was het niet gekomen. Al snel had Nellie Waldfeucht hem van zich af geduwd en sorry gezegd. Ze was teruggelopen naar de boerderij, maar die kon ze niet in omdat alleen vriendin één een sleutel had. 'Wat is er nou?' vroeg de lokalo, maar Nellie antwoordde niet en belde haar vriendinnen. De man croop af toen hij de gehaaste voetstappen van de terugkerende vrouwen hoorde.

En nu keek ze naar de opkomende zon. 'Ik ga gewoon eens kijken.' dacht ze. 'Dan loop ik die koppijn eruit. En slapen kan ik altijd nog in de auto straks, op de weg terug.' 

De wandeling duurde langer en was vermoeiender dan ze had gedacht. 

12 apr. 2014

K.I. & N.W. 7

'Als Karel Innemee ben ik een romanticus', zei hij tegen zichzelf. 'Als Karel Innemee kan ik zwelgen in verdriet en verlangen, kan ik me wijsmaken dat geluk zou kunnen (hebben) bestaan.' Met zijn wijsvingers tekende hij de haakjes in de lucht. Hij zat achter zijn laptop en bekeek de foto die hij die middag had gemaakt in het bos. Een vage vierhoek in een boombast. 
Hij stond op en liep ellipsen door zijn studeerkamer, van raam naar deur, van uitzicht naar uitweg. 

De enige plek waar zijn gedeelte van de letters nog te vinden was, was bij de school waar hij had gesolliciteerd. Hij wilde ernaartoe gaan, maar bedacht tegelijkertijd dat dat een volslagen zinloze onderneming was. Op zijn laptop tikte hij een lijstje van argumenten om niet te gaan.

1 Het is mijn naam niet eens. Karel Innemee is een naam die ik ooit voor mezelf heb bedacht.
2 Het is mijn naam niet eens. De graffiti op het bushokje betrof (waarschijnlijk) ene Kim, waarop een leerling van die school verliefd was.
3 Alleen 'mijn' naam staat er. Als ik daar een foto van ga maken, ben ik op zoek naar mezelf. Wil ik dat?
4 Nellie Waldfeucht was nooit meer dan een vervanging voor Marleen Verhoeven. 
5 Nellie Waldfeucht bestaat niet meer, waarschijnlijk heet ze tegenwoordig Nellie Jansen of Nellie Hendriks of iets dergelijks.
6 Nellie Waldfeucht bestaat niet meer, althans, ik weet niet waar ik haar kan vinden.

Maar dat laatste was zeker niet waar. Hij had wel eens bedacht dat hij voor zijn bedrijfje een Facebook-pagina zou moeten aanmaken. Dat was (ook volgens de KVK) een goede methode om in ieder geval in zijn eigen kring alvast wat reclame te maken voor zijn diensten. Maar ja, zijn eigen kring? Karel Innemee had geen eigen kring. Ook niet onder zijn echte naam. 
Hij kon natuurlijk wel een pagina aanmaken onder de naam Karel Innemee en zo op zoek gaan naar Nellie Waldfeucht. Probleem was dan natuurlijk dat Nellie Waldfeucht goed wist dat Karel Innemee niet Karel Innemee heette. Zou Nellie aan dat deel van hun kortstondige relatie herinnerd willen worden? 
Van de andere kant: als hij op zijn profiel een cryptische verklaring zou schrijven over zijn naamgebruik, een omschrijving die alleen voor Nellie begrijpelijk zou zijn? Die haar zou verklaren waarom hij geschreven had, wat hij had geschreven, jaren geleden…
Dan zou hij moeten vertellen over Marleen Verhoeven. Over zijn verliefdheid op Marleen Verhoeven. Dat was natuurlijk geen goed begin voor een hernieuwde liefde. 
Gewoon onder zijn eigen naam dan maar? Ach nee.

Hij deed die dag nog twee dingen. Hij schreef een korte mail aan de directeur van de school in R.  'Het is niet dat uw school, uw aanpak me niet bevalt. Het ligt aan mij.' Verder niets. Op zijn nieuwe Facebook-profiel plaatste hij de foto van de vage vierhoek. 




6 apr. 2014

K.I. & N.W. 6

Nellie Waldfeucht en haar vriendinnen zaten op eenvoudige keukenstoelen op de binnenplaats van de boerderij. Voor hun een omgekeerde veilingkrat die als tafel diende. Een halflege fles wijn en drie glazen. Het zou nog maar een half uurtje duren voor de zon achter het dak van het woongedeelte zou verdwijnen. Ze hadden de bovenste knoopjes van hun blouse losgemaakt, de rok tot boven de knieën opgetrokken. "Heerlijk.' 
De rit had ruim drie uur geduurd en was warm geweest. Nellie Waldfeucht voelde een laag klam zweet over haar hele lichaam. Ze had eigenlijk meteen al willen douchen, maar de vriendinnen en de wijn besloten anders. Ze voelde de loomheid in haar lichaam zakken. Drie paar schoenen lagen  een halve meter achter het kratje in het stof. Vriendin één had daar een foto van gemaakt en die meteen op haar facebookpagina geplaatst. 'Weekendje weg met de meiden.' had ze erbij geschreven. De namen van Nellie en vriendin twee stonden erbij, getagd. 'Wein, Weib und Gesang' had vriendin twee gereageerd. Nellie reageerde niet. Ze had niet eens op haar eigen telefoon gekeken. Ze had een beetje suffig gelachen toen ze de quasi-jaloerse reacties van achterblijvers uit A. las op het scherm van vriendin één. 

Nellie Waldfeucht hield niet van Facebook. De laatste keer dat ze er iets op had geplaatst, was intussen ruim een jaar geleden. Daarvoor had ze het medium vooral gebruikt om in contact te blijven (en soms te komen) met mannen. Maar ze had zich van meet af aan al geërgerd aan de seksuele toespelingen die regelmatig in haar openbare ruimte geplaatst werden. Nou ja, niet eens zozeer aan de toespelingen als wel aan het slotzinnetje dat er meestal op volgde: tot gauw. Ze voelde dat als een claim die (ten onrechte) op haar werd gelegd. Ze was altijd heel duidelijk tegen de mannen waarmee ze een nacht ging doorbrengen: 'Vanavond, vannacht prima, daarna ga ik weer mijn eigen gang. Ik wil geen relatie.' De mannen knikten altijd, begrepen het soms en een enkeling was het er zelfs mee eens: 'Geen relatie'. Als ze dat al meenden, zagen ze haar meestal toch als een gemakkelijke toegang tot seks. 
Dat vond ze niet erg, maar het hoefde niet op internet te staan.

De vriendinnen sliepen in het grote tweepersoonsbed van het bevriende echtpaar. Nellie Waldfeucht lag in de logeerkamer op zolder. Het was een zwoele avond en het raam stond open. Nellie keek uit op de drie stoelen en de kist op de binnenplaats. Ze vond het een wonderlijk beeld. Haar stoel stond iets verder weg en iets schuin ten opzichte van die van de vriendinnen. 

Ze nam het schilderijtje uit haar weekendtas en zette het tegen de halfvolle fles wijn die ze van beneden had meegnomen. 'Jullie hebben elkaar.' had ze gezegd: 'Ik heb alleen de fles.' 
'Ik wil ook wel op jouw kamer slapen, hoor.' had vriendin twee gezegd. Maar Nellie weigerde: ' mijn  kamer, je zegt het al.' 'Ja nou, zo bedoel ik het niet.' 'Jawel, geef het maar toe.' 'Hou op zeg, je wilde het zelf,' zei vriendin één. En dat was zo.

Dus keek ze uit het raam, zag ze de daken van de schuur van de oude koeienstal aan de overkant en tuurde naar haar jeugd die een paar kilometer verderop begon. Nog twee kilometer verder stond de boom waaruit ze haar schilderijtje gesneden had. 'De cirkel is bijna rond,' dacht ze, terwijl ze haar route door het land overdacht. 'Cirkels zijn altijd rond,' dacht ze even later. En ze vatte die gedachte op als een aansporing de volgende dag naar het bos te gaan, naar de boom, de vage vierhoek. Alleen.

Uiteraard.

4 apr. 2014

K.I. & N.W. 5

De volgende dag bleef hij thuis. Wachten op het telefoontje van de directeur, ook al had die gezegd dat het zeker een week, misschien wel langer zou duren. Maar misschien had hij nog aanvullende informatie nodig. En die kon K. alleen maar geven als hij alles bij elkaar had. Zijn aantekeningen over wat er besproken was. Bij het eerste telefoongesprek en tijdens het gesprek van gisteren. Hij had verder geen verplichtingen, hij hoefde zelfs niet echt boodschappen te doen. Hij kon zich redden met het spul dat hij in huis had.
Gewoonlijk hield hij wel van dit soort dagen. Hij hield dan de gordijnen de hele dag dicht en liep rond in zijn ondergoed. De telefoon zette hij uit. Hij werkte in kleine porties, keek af en toe een filmpje op Youtube of speelde een of andere game. Aan het eind van de dag had hij dan meestal vrij veel werk verzet. Als hij aan een opdracht werkte tenminste. Als hij alleen met planning en dat soort zaken bezig was, kwam hij meestal tot zo goed als niets. Behalve dan wat pornofilms.
Maar deze dag was anders. Ook vandaag opende hij de gordijnen niet, maar hij douchte en kleedde zich meteen aan. Hij installeerde zich achter zijn bureau, legde de benodigde papieren naast zijn laptop en keek of zijn telefoon was opgeladen. Daarna pas nam hij zijn eerste kop koffie. Toen hij terugkwam uit de keuken lag Strega op de papieren. Saartje, de andere kat, lag nog op bed.

Dit zou geen productieve dag worden. Hij wist het al na twee minuten. Hij las zijn aantekeningen door, zette hier en daar een streep onder een belangrijk woord, maar stopte daar weer snel mee toen hij bedacht dat daardoor zijn netjes uitgetikte aantekeningen te rommelig, te onleesbaar misschien, zouden worden. Hij zocht op Youtube naar een filmpje. Een aflevering van Get Smart, een nogal melige, maar toch wel grappige serie uit de zestiger jaren. Maar na twee minuten stopte hij het weer. Dit was niks. Hij overwoog een andere serie, maar besloot tenslotte dat Youtube voorlopig taboe was. Gamen leek hem ook geen goed idee en porno was natuurlijk helemaal not done. Hij moest geconcentreerd blijven. Hij printte zijn aantekeningen opnieuw. Het blaadje met de eerste print draaide hij om en op de blanco achterkant krabbelde hij onachtzaam met zijn pen. Pas een paar minuten later viel hem op dat hij zijn naam had getekend, althans zijn fictionele initialen uit vroeger tijden: K.I. 

Toen pas herinnerde hij zich het bushokje, de letters van een dag eerder. De K en de I, maar ook de vegen die erachter stonden: slecht uitgewiste letters. NW? Nee, natuurlijk niet. Een M was waarschijnlijker. Hij stelde zich een jongen voor die de drie letters van de naam van zijn geliefde op  het bushokje spoot. Waarschijnlijk had ze op de dag van zijn actie, die ochtend, voor het eerst iets tegen hem gezegd. 'Hallo!' Meer niet, waarschijnlijk. De jongen had de rest van de dag gedroomd, geen wiskunde geleerd, geen Duits en geen geschiedenis. Hij had gedroomd dat hij had durven antwoorden. En misschien wel van een kus. Nee, geen kus. Hij had zichzelf gezien naast haar, op een bankje in het park naast de school. Meer niet. Meer was niet nodig. 

Maar wat nou, als er wel NW had gestaan, als het wel een directe verwijzing naar zijn jeugdliefde was geweest, op dat bushokje, in die stad? Karel Innemee vroeg zich af of hij dan wel in wonderen zou hebben geloofd. Of hij de tekst dan meer dan nu als teken had gezien en niet als toevallige trigger van een herinnering. Want dat was het natuurlijk als je het helder wilde houden. Er bestonden geen 'wondere tekenen', geen betekenissen. Vroeger wel misschien, nu niet. Nu niet.

Toch liep hij een klein uur later over het bospad naar de Beukenkoel. De plaats waar hij ooit letters gekerfd had. De letters. Hij had zijn camera bij zich en zijn telefoon. Hij kon dus foto's maken. Van de oude letters. 
Zijn wandeling was een feest der herkenning. Na zijn avontuur met Nellie Waldfeucht was hij nog één keer op die plek geweest. Met zijn vader, twee jaar voor diens dood. 'Hier kwamen we vroeger altijd met onze scharrels.' 'O ja? Ik ben hier ook wel eens geweest. Met een vriendin.' Maar hij kon het niet bewijzen. De inscriptie zou voor zijn vader onbegrijpelijk zijn geweest. 

Maar nu kon hij er naar toe gaan. De letters fotograferen en meenemen naar zijn huis in zijn stad. Hij zou er een afdruk op posterformaat van laten maken en een lijst kopen van koel aluminium. Hij zou de foto aan de muur achter zijn bureau hangen. Hij zou achterover leunen en ernaar kijken op momenten dat hij inspiratie zocht. 
Maar de letters waren er niet meer. Nellie Waldfeucht had ze lang geleden meegenomen. Maar dat wist Karel Innemee niet. Jarenlang had hij geleefd in de 'wetenschap' dat ze er stonden, dat hij ze kon bezoeken, als hij dat wilde. Nu zag hij alleen een vaag vierkant in de bast van een beuk. Hij kon niet weten dat de letters nu meestal aan de muur van een appartementje in A. hingen en er soms in een bed lagen. Hij kon wel vermoeden dat zij het was geweest, want wie anders dan Nellie Waldfeucht zou de letters hebben weggesneden? 

Karel Innemee bedacht een scenario waarin Nellie enkele jaren na hun ontmoeting onder de boom terug was gegaan naar de plek en er de letters had weggewerkt. Omdat ze een nieuwe vriend had? Of gewoon omdat een familielid of kennis de letters had ontdekt en erover gesproken of geschreven? 'Hoi Nellie, ik liep laatst door het bos…'