31 dec. 2012

Top 2000



Ik houd niet van feestmuziek. Ik houd ook niet van feesten, meestal. Behalve dan als je op zo’n feest kunt zwerven van Jan naar Alleman, waarbij dat laatste woord niets te maken heeft met Duitsland. Ik ben eerder een ietwat melancholiek type. Ik hang liever aan zo’n Stehtisch en bespreek de zin van het leven. Ik noem dat dan meestal de zin van de lever. Want het moet allemaal niet te serieus worden. Nee, het moet niet te serieus klinken, het moet wel serieus zijn. Daarbij vind ik lever wel lekker.

Ik luister dan ook nooit naar de Top2000. Te veel bagger. Laten we wel wezen, de meeste muziek is gewoon slecht. Naar de tv-versie kijk ik dan weer wel. Voor een deel omdat ik de verhalen van Leo Blokhuis meestal wel interessant vind, maar ook omdat ik altijd reuze benieuwd ben naar wat iemand anders op nummer een van de lijst had willen zien. Dat onderdeel is meestal een afknapper.

Nu weet ik niet welk nummer dit jaar op een staat, maar het zal er ongetwijfeld eentje zijn uit de top drie van afgelopen jaar. Die liedjes mogen wat mij betreft wel verboden worden. Er mag niet meer op gestemd worden. Afgelopen met die flauwekul. Zoek voor mijn part een ander nummer van die groep of persoon en stem er massaal op, maar hou nu eens op met de onzin dat er beste nummers bestaan. En kies dan in ieder geval voor de beste nummers van de betreffende groep of persoon.

Laten we wel wezen: dat gedoe van Queen, werkelijk! Ze hebben één goed nummer gemaakt: Killer Queen, hun eerste hit als ik het goed heb. Daarna zijn ze niet verder gekomen dan pompeus gedoe, Wagneriaans ge-eikel.
Van Boudewijn de Groot is zelfs de Eenzame fietser beter dan het nummer waarmee hij dit jaar op een, twee of drie staat. En Hotel California mag tegenwoordig echt alleen nog maar bij een kampvuur gezongen worden.

Vind ik. Vind ik. Natuurlijk, de mens moet vrij zijn te kiezen wat de anderen ook leuk vinden. En in een lijst van 2000 nummers mogen best een paar klotenummers voorkomen. Maar op zijn minst 1950 moeten er aanhoorbaar zijn. Vind ik. Minstens 1950 moeten er geen braakneigingen oproepen.

Ik heb net even op mijn Ipod gekeken. Er staan iets minder dan 2000 nummers op (want veel van de plek wordt ingenomen door allerlei podcasts), laten we zeggen 1954 nummers. Als ik kies uit de Top2000 dan zal ik best 46 nummers vinden die er bij mogen. Misschien vind ik ook nog wel een aantal nummers waarvoor een aantal andere mogen verdwijnen.

En ik heb het natuurlijk alleen nog maar over popmuziek. Geen klassiek, geen jazz en weet ik wat. Soms heb ik het idee dat mensen iets mooi vinden als ze het kunnen meezingen.

Maar zelfs in de popmuziek worden meestal de slechtste keuzes gemaakt. Waar is Zappa (662 Dancing Fool), waar is Everything but the Girl, The Incredible String Band, Soft Machine, Captain Beefheart, Dr. John, Supersister(1551, She was naked). En heeee, waar is Tom Waits ( 506, Tom Traubert's Blues), waar Marianne Faithfull(1271 As Tears go by, 1487, The Ballad of Lucy Jordan), Bettie Serveert? Edgar Broughton? Björk, in godsnaam waar is Björk? (1413, It's oh so quiet)

Het zou me niet verbazen als Andre Rieu er dan weer wel in staat. (Nou, dat valt nog mee.)

Goed, goed, ik weet het. Het is een gemiddelde. Het is de stem des volks. Het is democratie. Het is gezellig.
Soms verlang ik naar een dictator. Maar ja, dan zou ik me moeten neerleggen bij de smaak van één ander. En dat is pas echt erg. Zeker als ik dat zelf ben.



30 dec. 2012

Bay mir bistu sheyn




Vandaag bezig geweest met voorbereidingen voor de tachtigste verjaardag van mijn moeder. Toen we (mijn broer en ik) over muziek te spreken kwamen opperden we al snel muziek van de Andrew Sisters en dan met name Bay mir bistu sheyn. Daarmee hebben we de muzikale smaak van mijn moeder niet helemaal precies te pakken, maar ze vindt het een mooi nummer.
Voor mij was het in ieder geval aanleiding om me vanavond eens te verdiepen in de geschiedenis van het lied en eens op Youtube te gaan snuffelen naar interessante versies van het lied. 

Biografie van Sholom Secunda
Eerst een korte geschiedenis. Het lied is geschreven door Jacob Jacobs (tekst) en Sholom Secunda (muziek) voor een niet overdreven succesvolle musical uit 1932 (Rolland Theatre, Brooklyn). De musical en het lied waren in het Jiddisch geschreven. De titel van de musical voorspelt niet veel goeds voor de toekomst: Men ken lebn nor men lost nisht. Enigszins knullig vertaald (maar wel correct wat betreft de joden in Europa) wordt dat: Men zou kunnen leven, maar men laat ons niet. De musical had (veronderstel ik, want ik ken hem niet en heb er ook niet naar gezocht) een in dit licht onschuldiger thematiek. Een onmogelijke liefde of zo.
Andrew Sisters
Een paar jaar later (1937) werd het nummer in het roemruchte Apollo Theatre in Harlem uitgevoerd door Johnny & George. Ook zij zongen het in het Jiddisch. Van die twee mannen heb ik jammer genoeg geen opnames kunnen vinden. Maar twee producenten hebben het wel gehoord en zij besloten dat het lied wel potentie had. De muziek werd wat aangepast en de tekst vertaald naar het Engels, waarbij de Jiddische titel in een enigszins gegermaniseerde vorm gehandhaafd bleef.
In november van het zelfde jaar namen de (toen nog onbekende) Andrew Sisters het nummer op als B-kant bij Nice Work if You Can Get it. Binnen enkele maanden kregen ze hiervoor een gouden plaat. Ze namen er later nog verschillende versies van op. In 1961 hadden ze 2,5 miljoen exemplaren verkocht, goed voor ongeveer 3 miljoen dollar voor de rechthebbenden. De schrijver van het lied, Sholom Secunda, heeft er iets minder aan verdiend: 4325 dollar. (Toevoeging JH 1-1-2013: Lees als aanvulling/correctie op de bedragen en voor verdere wetenswaardigheden de site Sholom Secunda - The Story of Bei Mir Bist du Schön.)

In de volgende jaren stapelden de coverversies zich op. Alleen al in de maand december van hetzelfde jaar vijf (5) stuks, waaronder twee van Benny Goodman. In 1938 werd het o.a. in de Sowjet Unie opgenomen. Zarah Leander maakte een Zweedse versie. En verbazingwekkend genoeg werd het zelfs in Nazi-Duitsland uitgevoerd. Verbazingwekkend omdat het een Jiddisch lied was natuurlijk, maar ook omdat het in de categorie swing viel. En Swing, dat hoorde bij de afdeling Entartete Kunst.
Intussen staat Bay mir bistu sheyn prima op het lijstje van meest gecoverde liedjes aller tijden. 





The Barry Sisters met de originele Jiddische tekst. Volgens Wikipedia hebben deze dames het lied opgenomen na het succes van de Andrew Sisters. Op een andere site staat het jaartal 1932 achter hun opname, maar daarmee wordt dan waarschijnlijk het jaar van schrijven bedoeld. Mooie versie, trouwens.

Al Bowlly, een mooie Engelse versie uit 1938


Quadro Nuevo, met o.a. mooie bassolo en een verwijzing naar Bonanza. Tja.

Waldeck (Jazz with a hint of Hip Hop) (z.j.)




De originele Jiddische tekst:

Kh'vel dir zogn, dir glaykh tzu hern
Az du zolst mir libe derklern
Ven du redst mit di oygn
Volt ikh mit dir gefloygn vu du vilst
S'art mikh nit on
Ven du host a bisele seykhl
Un ven du vaytzt dayn kindershn shmeykhl
Vendu bist vild vi indianer
Bist afile a galitsianer
Zog ikh: dos art mikh nit.

Bay mir bistu sheyn,
Bay mir hos tu heyn,
Bay mir bistu eyner oyf der velt.
Bay mir bistu git,
Bay mir hostu "it",
Bay mir bistu tayerer fun gelt.

Fil sheyne meydlekh hobn gevolt nemen mikh,
Un fun zay ale oys-geklibn hob ikh nor dikh.



En de Engelse vertaling daarvan:


I will say to you so that you would hear
"I love you."
When you speak with your eyes,
I would fly with you wherever you wish -
I do not care where."
When you have a bit of sense
And when you show your childlike little smile
When you are wild as an Indian
Even if you were a Galitzyaner,
I say: It doesn't bother me.

To me, you are lovely,
To me, you are charming.
To me, you are the only one in the world.
To me, you are lovely,
To me, you are charming,
To me, you are more precious than money.

Many pretty girls
Wanted me for a husband
But among them all I chose only you.


28 dec. 2012

Was Bjorn Kilroy?




Kilroy was here op WWII Memorial, Washington DC
Kilroy was here is het originele format. En daar hoort dan ook nog een plaatje bij. Hiernaast zie je de versie op het WWII Memorial in Washington DC. In die Tweede Wereldoorlog lijkt het begin te liggen van Kilroy. Volgens de Engelstalige Wikipedia is de graffito verbonden met Amerikaanse GI’s in 1940. Dus kort voor die soldaten in Europa verschenen.
Fijn, als het daarbij zou blijven. Maar dat is natuurlijk niet zo. Er is veel voorafgaands, veel onduidelijkheid en onnoembaar veel vervolg. Zoals dat hoort bij een mythisch geheel. En dat is Kilroy natuurlijk.
Een van de vervolgen is, of wil zijn, Bjorn is hier geweest met vrienden. Op het moment dat ik dit blog schrijf, ben ik aan het bijkomen van een hoofdstukje uit een verhaal dat in de Bjorn-omgeving past. Ik wil nog wat rondomschrijven.
Omega
Het heeft natuurlijk weinig zin de Wikipagina te vertalen. Nou ja, ik heb er weinig zin in. Het is een interessante pagina, dus lees. Het bovenstaande plaatje heb ik daar geplukt, maar ook het verband naar de Omega. Volgens sommigen is de Omega de bron van de Kilroy-was-here-tekening.
En dat is natuurlijk mooi. Omega staat voor Het Einde. Kilroy WAS here. Hij is er niet meer, he’s gone now. Hij is er geweest. Dat past leuk bij het verhaal waarmee ik bezig ben.

Overigens luister ik, terwijl ik met mijn Bjorn-verhaal bezig ben bijna uitsluitend naar Thick as a Brick van Jethro Tull. Sentiment, oké, maar vooral ook dat zinnetje: Where the Hell was Biggles when you needed him last Saturday.

Tekening bij The White Fokker, Howard Leigh
Biggles is bedacht door W.E. Johns. Hij is een vliegenier en avonturier die voor het eerst verschijnt in een boek met de mooie titel The White Fokker. Ik las zijn avonturen in de auto van mijn oom Rien. Ik reed soms met hem (mijn oom Rien dan) mee op zijn ronde als verzekeringsagent. Waarschijnlijk was verzekeringsagent het naoorlogse equivalent van avonturier, althans voor mijn oom.
De vertalingen werden gedrukt op van dat houterige papier. Ze hadden een licht-glossy omslag met zwart-wit foto of tekening. Althans in mijn herinnering. Zo wil ik ooit de Bjorn-verhalen afgedrukt zien.

Want Bjorn is als Biggles of als Kilroy. Als je hem nodig hebt, is hij er niet, maar verder is hij altijd (latent) aanwezig.


23 dec. 2012

Bjorn in code


De originele foto van de Bjorn-tekst

Morgen wordt Bjorn is hier geweest met vrienden nog meer dan tot nu toe al het geval was gedigitaliseerd. Vanaf morgen namelijk zullen de verhalen die op de officiële Bjorn-site zijn gepubliceerd ook op straat te vinden zijn. Via stickers met daarop een zogenaamde qr-code zullen de verhalen ook op smartphones en tablets op te roepen en te lezen zijn. Als de toevallige passant tenminste de juiste app heeft geïnstalleerd, bijvoorbeeld QR barcode scanner voor Android of Ipad. De eerste serie van deze codes wordt (natuurlijk) geplakt op de lantaarnpaal waarop ook de originele en watervaste tekst van Bjorn geschreven staat. D. heeft pas geleden vastgesteld dat lantaarnpaal en tekst er nog staan. 
 
QR-code naar Jo Hendriks' eerste Bjorn-bijdrage
Daarna gaat Bjorn op reis. Door Maastricht, door het land. En ook onze Vlaamse buren zullen niet gespaard worden. Stickervellen zijn (om niet) verkrijgbaar via de site. Dus wie zin heeft om nog eens te gaan plakken…
Niet meer, zoals in vroeger tijden, met blokkwast en behangselplak en affiches met opruiende teksten, maar gewoon een stickertje dat in een handomdraai op meterkasten, bushokjes en natuurlijk lantaarnpalen geplakt kan worden. 
Maar vergeet bij al dat plakken niet dat er vooral geschreven moet worden. Over Bjorn en zijn vrienden. 

Locatie Bjorns lantaarnpaal
Het zal geen grootse ceremonie worden, morgen. Er zal geen pers zijn, geen toeschouwer, behalve misschien die toevallige voorbijganger die in de druilerige regen nog even zijn hond uitlaat. Hij zal aan het eind van zijn blokje om nog even kijken naar het koude metaal met woorden, met qr-codes. Hij zal zijn ergernis thuis ventileren. Hij zal tot de orde worden geroepen door zijn vrouw en alles snel vergeten.

Maar de lantaarnpaal, vlak bij de eindhalte van lijn 3 naar Wolder, zal een bedevaartplaats worden, een Stonehenge van de digitale wereld van de 21e eeuw.