26 jul. 2012

Krimi II: Alfred Vohrer


Bij het grote publiek vielen ze in de smaak, de Wallace-films, waarover ik het in mijn vorige blog had. Ook bij mij, al hadden ze voor mij toen al iets ouderwets en iets groezeligs. Maar misschien is dat meer in mijn herinnering dan dat ik dat toen zo ervoer. Ik zag de films in zwart-wit. Omdat ze zo waren opgenomen of omdat ons toestel nog geen kleuren had. 

Peter Lorre in M
Gluurgat in tepel
Het groezelige zat hem vooral in de plaatsen waarin het geheel zich afspeelde. Oude Engelse landhuizen met kelders en geheime gangen. Deuren verstopt achter boekenkasten. Gluurgaatjes in de ogen of een enkele keer in de tepels op een schilderij. Ondanks voor die tijd moderne telefoons en auto’s ademden de beelden een sfeer die goed bij de tijd paste waarin Edgar Wallace (1875-1932) zijn verhalen schreef. Het groezelige werd natuurlijk nog versterkt door de waanzin waardoor iedereen behalve de inspecteur van Scotland Yard gegrepen leek te zijn. Iedereen was door het leven op een dusdanige manier getekend dat hij of zij op zijn minst schuldig léék. Het duidelijkst was dat natuurlijk bij Klaus Kinski. Hij viel voor mij in dezelfde categorie als Peter Lorre in films als M of The Maltese Falcon: totaal verknipte figuren waarin angst en woede om de bovenhand streden. Maar Lorre speelde dan ook veel in dertigerjarenfilms. Maar ook Hans Clarin kon er wat van, althans in de Wallace-verfilming Das Indische Tuch. Voor de meeste Duitsers is hij, denk en hoop ik, vooral bekend als de stem van Pumuckl in Meister Eder und sein Pumuckl

Eddy Arent
Een andere tekenende rol was die van Eddy Arent. Waarschijnlijk vond de regisseur (vaak Alfred Vohrer) dat zijn film te donker, te akelig werd. Eddy Arent moest dan als butler of klunzige medewerker van de Yard met een of andere droogkomische of domme opmerking de ‘ondraaglijke’ spanning doorbreken. Dat lukte hem, maar in ieder geval bij mij was het doorbrekende element niet de bevrijdende lach, maar ergernis. Ik hoopte dan maar, tegen beter weten in, dat hij het volgende slachtoffer zou zijn. Voor zover ik weet, is hij nooit gestorven in een Edgar-Wallace-film. Ook nu is hij nog niet dood, hij schijnt (volgens Wikipedia) dementerend en wel bij zijn zoon te wonen.

Winnetou-postzegel
Arent speelde als Lord Castlepool een vergelijkbare rol in een aantal Karl-May-verfilmingen. Onder andere in Der Schatz im Silbersee, waarvan (alweer) Alfred Vohrer het scenario schreef. Pierre Brice en Lex Barker speelden de hoofdrollen in die films over de nobele indiaan Winnetou en zijn Duitse kompaan Sharlih. Winnetou, de enige indiaan die ooit op een Duitse postzegel werd afgebeeld. In de boeken en in de films wordt de spanning doorbrekende rol overigens vooral gespeeld door het personage Sam Hawkens. In boek en film vaak net zo irritant als Eddy Arent. 

Die Vohrer speelde dus een erg belangrijke rol in de Duitse film- en tv-geschiedenis. Naast Edgar Wallace en Karl May hield hij zich bezig met de hitserie Derrick, met Der Alte, met Die Schwarzwaldklinik. Daarnaast regisseerde hij ook nog zoiets als de soft-porno-film Das Gelbe Haus am Pinnasberg, maar ook Jeder stirbt für sich allein, naar de roman van Hans Fallada. Die laatste film (uit 1975) is volgens mij zijn enige film die door de ‘serieuze’ filmkritiek ook serieus genomen werd (en deels wordt). Waarbij ik wil aantekenen dat Hans Fallada niet echt bij de grote Duitse literatuur hoort.  Kleiner Mann – Was nun?, Bauern, Bonzen und Bomben en Der Trinker zijn zeker de moeite van het lezen waard, maar het predicaat ‘meesterwerk’ zal er niet gauw aan vastgeknoopt worden. 

Niet dat het gebrek aan lof Alfred Vohrer heel erg stoorde. ‘Ob ein Film erfolgreich ist oder nicht, entscheidet sich für meine Begriffe an der Kinokasse – egal ob er künstlerisch wertvoll ist oder ob er künstlerisch nicht wertvoll ist, zei hij in 1965. Ik denk niet dat hij later op die zienswijze is teruggekomen.


Een volgende keer: Wat heeft me zo aangetrokken aan de Wallace- en May-verfilmingen van o.a. Alfred Vohrer?

Naar Krimi III
Naar Krimi I

21 jul. 2012

Krimi I

Op ouderavonden komt ze vaak ter sprake, de reden dat kinderen tegenwoordig geen Duits meer kennen. Ze kijken niet meer naar de Duitse tv. De ouders deden dat nog wel. Zelfs de huidige ouders, die toch over het algemeen beduidend jonger zijn dan ik, kunnen nog wel een aantal programma’s noemen waar ze, al dan niet gedwongen door de voorafgaande generatie naar keken. 
Tatort scoort over het algemeen het hoogst. Als ik dan de titelmuziek van Klaus Doldinger neurie, verschijnt er meestal een licht nostalgische glimlach om de lippen van de vader en moeder van Klaasje-met- de-5-voor-Duits. De slagwerker bij die titelmuziek is trouwens Udo Lindenberg, die in Nederland -denk ik- vooral bekend is met zijn Sonderzug nach Pankow.

Stephan Derrick en Harry Klein
Erik Ode als Der Kommissar
Tatort (eerste aflevering: 29 November 1970) was een reactie op Der Kommissar met Erik Ode in de hoofdrol. Der Kommissar werd uitgezonden door het ZDF (eerste aflevering: 3 Januari 1969) en werd geschreven door Herbert Reinecker, die in 1974 ook nog eens aan zijn eindeloze reeks Derricks begon. Harry Klein (gespeeld door Fritz Wepper) was in eerste instantie Kriminalhauptmeister van commissaris Keller, maar hij maakte promotie en werd Inspektor onder Stephan Derrick. Zijn broer Elmar Wepper volgde hem op als Kriminalhauptmeister Erwin Klein. Inmiddels is Fritz Wepper Oberbürgermeister Wolfgang Wöller en tegenspeler van Schwester Hanna in de serie Um Himmels Willen. Alvorens ik overga tot het eigenlijke onderwerp van dit blog nog even dit over Fritz Wepper: hij speelde o.a. ook nog in de speelfilmklassiekers Die Brücke (1959) en Cabaret (1972).


Als ik –in het bovenbeschreven scenario- de ouders meen te moeten herinneren aan de Duitse Edgar-Wallace-verfilmingen krijg ik meestal een blanco blik als antwoord. Deze films zijn dan ook ouder dan de bovengenoemde series. De eerste door de van origine Deense firma Rialto geproduceerde film uit de serie kwam in 1959 uit. De laatste in 1972. In die periode werden 38 films gemaakt. In 1963 alleen al 5!
Ik heb er niet een in de bioscoop gezien. Daar was ik dan weer te jong voor. Ik weet trouwens niet eens of ze ook in Nederland zijn uitgekomen. Maar ze kwamen wel op tv. De Duitse tv wel te verstaan. Eind zestiger en begin zeventiger jaren zal ik ze gezien hebben. Daarna, toen ik eenmaal het ouderlijk huis verlaten had, heb ik er misschien nog een of twee gezien op een verloren zaterdagavond. Ik heb ze dus gezien op dat oude zwart-wit-toestel. Dat was prima, want de meeste films waren ook in zwart-wit gefilmd, of zouden in ieder geval in zwart-wit gefilmd hebben moeten zijn.
Want in die tijd en in die films was alles nog zwart-wit. Er waren een paar goede mensen en er waren heel veel slechte mensen. De goede mensen werkten bij Scotland Yard en waren dus erg slim of ze waren mooie en naïeve vrouwen. Die laatste categorie werd dan gered door de eerste.
De verhalen speelden zich meestal af in de betere Engelse kringen. Zoals we allemaal weten hebben die kringen (althans het mannelijke gedeelte daarvan) de neiging hun seksuele geneugten te zoeken bij de lagere kringen. Als er dus een arm maar naïef wicht in de films voorkomt, dan is ze eigenlijk de dochter van de een of andere Lord die een scheve schaats gereden heeft. 

Elisabeth Flickenschildt 
Veel vrouwen komen er niet voor in de films: je hebt de jonge naïeve schone, de jonge doortrapte schone en de oude gruwelijk doortrapte lelijkerd. Die laatste rol werd meestal gespeeld door Elisabeth Flickenschildt (1905-1977) een actrice die vooral beroemd was om haar films in de nazitijd en haar theaterrollen onder Gustav Gründgens. Een vrouw met een verleden dus.Maar dat hadden de meeste Duitsers in die tijd natuurlijk. En dat is –denk ik- precies de reden waarom de Edgar-Wallace-verfilmingen zo’n succes waren. Iedereen had een verleden en iedereen moest nog verder.

 

In de film Das Gasthaus an der Themse is Flickenschildt de stiefmoeder van Leila Smith (eigenlijk Pattison), de erfgename van een rijke adellijke familie. Leila zal op haar 18e in het bezit komen van haar erfenis (dankzij de goede zorgen van Joachim Fuchsberger, die als Inspektor Wade de hoofdrol voor zijn rekening neemt). In 1962 (het jaar waarin het verhaal speelt en de film opgenomen is) is ze nog 17. Ze is dus geboren in 1945. Ze ontkomt maar nipt aan het gruwelijke lot dat haar te wachten zou hebben gestaan als ze inderdaad door de veel oudere Kapitein Brown meegenomen was naar Zuid-Amerika om daar met hem te trouwen. Nu kan ze verliefd worden op de intelligente, voorkomende en moderne inspecteur Wade. En hij op haar: een nieuwe toekomst is geboren. In de film wordt zelfs de twist gedanst!
Vergangenheitsbewältigung noemen ze zoiets in het Duits. 
Maar verder is het gewoon best een aardige film. Mooie ouderwetse shots. Gezellige clichés, freudiaanse beelden. Klaus Kinski speelt zijn normale gestoorde rol, maar blijkt achteraf toch aan de goede kant te hebben gestaan. Eddy Arent moet voor de komische noot zorgen en is dus zoals altijd vreselijk irritant. 

Ik wilde het eigenlijk hebben over een andere Edgar-Wallace-film van dezelfde regisseur (Alfred Vohrer), maar dat komt later misschien. Voor nu vind ik het goed. Al bedenk ik me nu ook, dat de Dreigroschenoper van Brecht & Weill ook in Londen speelt. Wie legt me dat uit?



Naar Krimi II
Naar Krimi III












14 jul. 2012

Greppel



© Album Jacobus R..
Een paar dagen geleden was het in het nieuws (Volkskrant, 10-07-2012):  Voor het eerst waren er foto’s (van Jacobus R.) te zien die zouden getuigen van oorlogsmisdaden van de Nederlanders in Indonesië. Natuurlijk werden er wat slagen om de arm gehouden, want een paar foto’s waarop alleen slachtoffers te zien zijn, zeggen natuurlijk nog niets over de daders. Al was de eigenaar van de foto’s iemand die toentertijd inderdaad als soldaat in Indonesië was en aan de Nederlandse kant vocht.
Uit het oogpunt van de geschiedwetenschap is de twijfel terecht, maar niemand twijfelt er natuurlijk aan dat er gebeurd is wat de foto’s lijken te vertellen: Nederlandse soldaten nemen een aantal Indonesische vrijheidsstrijders gevangen en schieten hen zonder veel plichtplegingen dood.
Ondanks het gebruik van de bagatelliserende term ‘Politionele acties’ was er gewoon een oorlog aan de gang en in een oorlog worden oorlogsmisdaden gepleegd. Ook als er Nederlanders als daders bij betrokken zijn.  ‘Schone’ oorlogen bestaan nu eenmaal niet. 

Een verrassing vond ik het dus niet die foto’s te zien. Toch heb ik er lang en enigszins gechoqueerd naar gekeken. Dit was het verhaal dat mijn vader vertelde!
© Album Jacobus R.
Toen Heerlen namelijk pas bevrijd was van de Duitsers (september 1944) trok mijn vader als vrijwilliger mee met het Amerikaanse Negende Leger Duitsland in. Samen met een heel aantal stad- en streekgenoten werden hem allerlei bewakingstaken toebedeeld. Op 31 maart 1945 werd 2-13 Regiment Infanterie opgericht. Bevelhebber was Luitenant-Kolonel Erdman. Via Engeland en Malakka (Maleisië) kwamen ze op 9 maart 1946 aan in Semarang op Java. Op 26 februari 1948 stapten de overlevenden (25 man waren gesneuveld) aan boord van de Tabinta en begonnen aan hun reis terug naar Nederland, waar ze op 25 maart aankwamen.
In de tussenliggende periode is het onderstaande voorgevallen. Precieze datum en plaats weet ik niet. Het exacte verloop van het geheel kan ik ook niet vertellen. Dat neem ik mezelf kwalijk. Niet zozeer omdat het voor geschiedkundigen van belang zou kunnen zijn, maar omdat het aangeeft hoe slecht ik luisterde naar de verhalen van mijn vader.  

Intussen is het ook lang geleden dat hij het vertelde. Mijn vader stierf in 1986 en een paar jaar eerder vertelde hij me het verhaal een of twee keer. We zaten aan tafel bij hem thuis en dronken bier. Het was laat en we hadden al enkele uren gepraat over de scheidingen.  Hij was gescheiden toen ik 15 was en ik was net gescheiden van mijn eerste vrouw. Dat schiep een band, maar gaf mij ook de mogelijkheid de oorzaak van mijn ellende bij mijn ouders te zoeken Omdat ik mijn moeder in die tijd niet zag, kreeg hij dus alle bijbehorende verwijten te slikken. 
Moe en aangeschoten streek ik niet veel later over mijn hart en liet hem vertellen over wat voor hem misschien wel veel belangrijker was.  Zijn werk in de mijn en vooral Indonesië, Indië voor hem. Hij vertelde over de dood van Wimpie, hij vertelde over de hartelijke ontvangst in de kampongs die ze op hun patrouilles aandeden en hij vertelde over die vrouw op wie hij verliefd was (al zei hij het niet zo) en waarvan mijn broer en ik alleen nog een klein fotootje hebben.
Maar hij vertelde ook over het werk dat hij daar deed. Over de patrouilles. Over die ene patrouille waarvan ze terugkeerden en waar ze geheel onverwacht een groot aantal vrijheidsstrijders (Pelopers) in een greppel zagen liggen. De vrijheidsstrijders verrast. Zij verrast, maar, hoewel in de minderheid toch in het voordeel omdat zij wel de wapens in hun handen droegen. Waarschijnlijk lag de vijand uit te rusten van een of andere actie. 

Tabinta
'Maar wat moesten we nu?’ vroeg mijn vader. ‘We konden niet blijven en ze waren met te veel om hun echt gevangen te nemen en mee te nemen naar het kamp. En als we verder zouden gaan, dan zouden ze ons achterna komen en dan zouden ze echt geen medelijden met ons hebben. We hadden geen keus.’
Ze hebben hen doodgeschoten. Allemaal. Ik weet niet hoeveel het er waren. Ik meen dat het met een bren gebeurde, een soort mitrailleur. In feite was er dus maar één schutter. ‘Later konden we niet meer met hem praten, hem niet meer aankijken.’

Even later wilde mijn vader naar bed. Hij had zijn verhaal verteld en er niet meer als reactie op gekregen dan dat de rol van Nederland in die oorlog natuurlijk volslagen abject was. Dat ik hem niet veroordeelde en de schutter ook niet, maar dat ze niet begrepen hadden dat ze helemaal niets te zoeken hadden gehad in Indonesië. 
‘Het heet Indonesië, pap!’
Hij sloeg een arm om me heen en zei welterusten.










12 jul. 2012

Dayna en Dopey



Secret Canon, ook op vinyl
Zoals veel meer mensen zouden moeten weten, is er een nieuw album uit van Dayna Kurtz: Secret Canon vol. I. Robert van Gijssel besteedt er op 4 juli van dit jaar wat aandacht aan op Vk.nl. Officieel is Secret Canon net verschenen maar omdat ik Dayna Kurtz al sinds haar eerste cd (Postcards From Downtown, 2002)[i] volg, was ik wat eerder op de hoogte en in het bezit van deze verzameling onbekende klassiekers. Op haar blog vertelt Dayna Kurtz iets over het hoe en waarom van haar keuzes.
Ik wil in dit en in eventuele volgende blogs zoeken rondom die nummers. Overigens treedt Dayna Kurtz a.s. zondag (15 juli) op in Paradiso.


Deel 1 Sweet Lotus Blossom


Dayna Kurtz  Sweet Lotus Blossom

Soothe me with your caress
Sweet lotus blossom, lotus blossom

Help me in my distress
Sweet lotus blossom, please do

You alone can bring my lover back to me
Even though I know it's just a fantasy

And then knock me clear out
Sweet lotus blossom, please do


Onschuldig als ik ben dacht ik bij deze tekst in eerste instantie aan iets mystieks, iets religieus misschien, iets Boeddhistisch. En zo erg was mijn ongelijk niet, het gaat namelijk over verdovende middelen. Want welke mogelijkheden heb je als je liefde ervandoor gaat? Je grijpt naar de joint, naar de fles of naar god. Het helpt allemaal niet, maar je moet iets.
Dayna verwijst in haar blog naar een eerdere versie, waarvan de titel nog eenvoudig Sweet Marihuana was (1934). Maar de versie die haar noopte het nummer in haar canon op te nemen was die van Julia Lee and her Boyfriends 
.

Laat ik eens gaan zoeken naar muziek over dope, dacht ik toen al snel, maar dan niet iets uit de zestiger of zeventiger jaren, maar eerder. En ik dacht daarbij aan een hilarische scène uit de That 70’s show:’ Reefer Madness, die regelrecht gejat is van deze clip uit de film met dezelfde titel (1937, In 2007 nog uitgezonden door de VPRO en ook te vinden op Youtube).
Intussen hebben ze van die tot cultfilm uitgegroeide absurditeit ook nog een musical (2001) gemaakt. En een Movie-Musical (2005).


Op de YouTube pagina van Sweet Marihuana staat in het lijstje verwante video’s ook een filmpje met de titel: Betty Boop - Dope Head Blues.
Als je mijn blog Helen Kane vs. Betty Boop et al gelezen hebt, weet je dat ik een zwak heb voor Betty Boop. Ik klikte het dan ook meteen aan. Maar dit is geen compleet Betty-filmpje en haar stem was wel erg veranderd.  
Bob Dylan en Victoria Spivey
Iemand met de nick aw2basc heeft een leuk filmpje bij elkaar gekopieerd en geplakt en er prachtige muziek onder gezet. Je ziet twee versies van Betty, de echte en de -beduidend minder sexy-  gekuiste.
De zangeres is Victoria Spivey. Een leuk mens volgens mij. Halverwege haar carrière besloot ze dat het goed was geweest (of net niet goed) en speelde ze alleen nog maar orgel voor een kerkkoor. Maar ook deze beslissing was geen eeuwige, ze keerde terug in de showbizz, begon een platenmaatschappij, maakte nog een aantal albums en liet daar veelbelovende jonge artiesten als Bob Dylan[ii] aan meewerken.


Victoria Spivey  Dope Head Blues, 1927

Just give me one more sniffle
Another sniffle of that dope (2x)
I'll catch a cow like a cowboy
And throw a bull without a rope

Doggone, I've got more money
Than Henry Ford or John D. ever had (2x)
I bit a dog last Monday
And forty doggone dogs went mad

Feel like a fightin' rooster
Feel better than I ever felt (2x)
Got double pneumonia
And still I think I got the best health

Say, Sam
Go get my airplane and drive it up to my door
Oh, Sam, go get my airplane
And driii-ve it to my door
I think I'll fly to London
These monkey men makes mama sore

The president sent for me
The Prince of Wales is on my trail (2x)
They worry me so much
I'll take another sniff and put them both in jail



En dan nog dit

Pas in 1937 kwam er in de V.S. een federale wet die strengere restricties aan de handel in marihuana verbond. Vier jaar eerder was er een eind gekomen aan de beroemde drooglegging. Jarenlang was alcohol een grotere volksvijand geweest dan marihuana.
Als Cleo Brown The Stuff is Here zingt, bedoelt ze dan ook alcohol. Misschien is het (gezien het jaartal)wel geschreven om te vieren dat er weer gedronken kon worden, al moesten de ramen en de deuren natuurlijk wel nog gesloten blijven. Die tijd, weet ik uit ervaring, is al lang voorbij.

 
Cleo Brown The Stuff is Here, 1935

Lock the windows and close the door,
Start the party up once more!
Hey, hey, let's get gay,
'Cause the stuff is here!

Everybody grab a glass,
'Cause the good stuff's about to pass,
Hey, hey, let's get gay,
'Cause the stuff is here!

Piano man falls upon his stool,
Plays that piano like he's nobody's fool!

Everybody grab that glass,
'Cause the good stuff's about to pass,
Hey, hey, let's get gay,
'Cause the stuff is here!

Lock the windows and close the door,
Start the party up once more!
Hey, hey, let's get gay,
'Cause the stuff is here!

Everybody grab a glass,
The good stuff's about to pass,
Hey, hey, let's get gay,
The stuff is here!

Piano man falls upon his stool,
Plays that piano like he's nobody's fool!

Everybody grab that glass,
'Cause the good stuff's about to pass,
Hey, hey, let's get gay,
'Cause the stuff is here!





[i] In 1997 is Otherwise Luscious Life – Live uitgebracht, maar volgens mij is dat magnifieke nummer alleen nog op cassette verkrijgbaar.
[ii] “I think one of the best records that I’ve ever been a part of was the record I made with Big Joe Williams and Victoria Spivey.   Now that’s a record that I hear from time to time and I don’t mind listening to it.  It amazes me that I was there and had done that.”   Bob Dylan